WOORDENBOEK PAPIAMENTO-NEDERLANDS (2022)

- Elke gek heeft zijn gebrek. [bnw] gek, mal, dwaas; waanzinnig, krankzinnig. loko di remata - stapelgek. kabes loko - met het hoofd op hol. Kò'i loko! - onzin! pa loko - als 'n gek.
_lokura = waanzin; dwaasheid; verstandsverbijstering; rage; gekheid; gekkigheid
_lokutor = omroeper
_lolo = sufferd, sukkel, lul [fig.] kluns, onnozele hals, uilskuiken. LOLO DI AWA - zeepier; [fig.] flapdrol; boerenlul
_lomba = rug. lomba sunú - met blote bast. manteka di lomba - ruggemerg. weg'i lomba - haasje-over. wes'i lomba - ruggegraat [ook fig.]. tur kos ta riba mi lomba. - Alles rust op mijn schouders.
_lombra-paga = waterpokken
_lombra = blinken
_lombrishi = navel; navelstreng. unda su lombrishi ta derá - waar zijn/haar wieg heeft gestaan.
_lona = zeil, zeildoek; dekzeil; canvas
_longitut = (geografische) lengte
_lora = [znw] papegaai. [ww] rollen, oprollen, opstropen
_loramento = [znw] het rollen, oprollen
_lòs = [bnw] los; [ww] losmaken
_los = porcelein (= de stof)
_lòt = lot (uit loterij e.d.)
_lote = voorraad; zending
_lotería = loterij
_lou = lauw
_loudat = [tsw] Niks! Geen resultaat!
_luango = kakelbont. bisti luango - kakelbont gekleed gaan
_lubidá = vergeten. Lubidá! - Vergeet 't maar! lubidá riba un hende - iemand helemaal vergeten
_lubriká = [ww] smeren; doorsmeren. [bnw] ingevet; gesmeerd; doorgesmeerd.
_lubrikante = smeermiddel, glijmiddel.
_lucha = [znw] strijd, gevecht. [ww] strijden, vechten
_luchadó = strijder
_lugá = plaats; ruimte. na lugá di - in plaats van. na promé, di dos, di tres etc. lugá - ten eerste, tweede, derde etc. Lugá! - Maar nee, hoor!
_lugar[vero.] = plaats (zie: lugá)
_luho = [znw] luxe
_luhoso = [bnw] luxe, luxueus
_lukratibo = lucratief; winstgevend
_luna = 1: maan; luna di miel - huwelijksreis. luna folman - volle maan. luna nobo - nieuwe maan. luna kresiente - wassende maan. luna menguante - afnemende maan. 2: maand. luna pasá - vorige maand. otro luna - volgende maand
_lunar = [znw] moedervlek. [bnw] maan-, maans- kleps lunar - maansverduistering
_lur = loeren
_lus = [znw] licht. duna lus - bevallen [v. baby] pal'i lus - lichtmast; telefoonpaal
_lùs = strik; lus
_lusa = verlichten [fig.]. Lus eterno lusa p'é. - Het eeuwig licht verlichte hem, haar.
_lusafé [C.] = lucifer; (A.: suaflu)
_lusi = schitteren; verfraaien
_lusifó = stoplicht
_luto = rouw. na luto - in de rouw

_ma = maar
_machete = kapmes
_machi = moedertje, oudje (gezegd tegen oude vrouwen)
_machiká = [ww] 1. kouwen; prakken. 2. kreukelen, kreuken, verkreukelen; verfomfaaien. [bnw] 1. geprakt. 2. verkreukeld; verfomfaaid. batata machiká - aardappelpuree.
_machismo = mannelijkheidswaan; hanigheid
_machista = mannelijkheidswaan hebbend
_macho = mannelijk
_machor = manwijf, haaibaai
_madam Janet = Chilipeper
_madelòr = in: papia manera lora madelòr - praten als 'n kip zonder kop.
_madoha = sluimer. bai den un madoha - wegdoezelen.
_madrastra = stiefmoeder
_madrina = peettante, meter. Bo madrina ku bo, tende! - Je Zuster!
_madú = oma, opoe, grootmoeder
_madurá = [ww] rijpen. [bnw] rijp; voldragen
_madures = rijpheid; volgroeidheid, volwassenheid
_maduro = rijp
_madushi = oma, opoe, grootmoeder
_maestro = meester; onderwijzer; leraar. maestro di seremonia - ceremoniemeester
_mag = mogen (zonder: ta). tin mag - mogen
_magia = magie; tovenarij; goochelkunst; kunstje
_mágiko = [znw] magiër; goochelaar. [bnw] magisch; tover-; garoti mágiko - toverstaf.
_maha = zeuren, zaniken
_mahamento = gezeur, gezanik
_mahos = lelijk
_mai = mama
_maínta = morgen; ochtend
_maíshi = sorgum; mais. maíshi grandi - mais. maísh'i rabo - sorgum (bicolor).
_maka = in: saka maka - de vuile was buiten hangen [fig.]
_makakería = aanstellerij
_makaku = 1. aap. 2. aansteller/ster. makaku ta hunga ku su yiu te ora e saka su wowo. - De kruik gaat zo lang te water tot hij barst. Awa di dos bes, no sa muha makaku. - 'n Ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. Ounke bo ta bisti makaku di seda, makaku e ta keda. - Al draagt 'n aap 'n gouden ring, 't is en blijft 'n lelijk ding. Makaku sa kua palu e ta subi. - Wie de schoen past, trekke hem aan. E ta makaku! - Wat 'n aansteller/ster!
_makamba = Europese Nederlander. N' ta kò'i kanta makamba. - 't Is niet om over naar huis te schrijven.
_makinaria = machinerie
_makistá = beledigen (door recht voor z'n raap te reageren)
_makiyahe = toilet; opmaak; make-up; schminken. Pone makiyahe - toilet maken.
_makuto = mand. hòrta fò'i otro su makuto [C.] - iemand het brood uit de mond stoten.
_mal = slecht. mal bida - 'n rot leven. mal ehempel - rotstreek. mal hende - rot vent/wijf. mal demonio - rotzak, smeerlap. mal muhé - rotwijf. mal trahá - slecht gebouwd. mal beis - slechte zin, slecht gehumeurd. di mal en peor[S.] - van kwaad tot erger. mal informá - slecht geïnformeerd.
_mala = slecht. mala maña - rotstreken. mala mucha - stout
_malagradesido = [bnw] ondankbaar; [znw] ondankbaar persoon.
_maldat = [znw] kwaad, slechtheid; verdorvenheid
_maldishon = vervloeking; verdoemenis
_maldishoná = [ww] vervloeken; verdoemen. [bnw] verdoemd; vervloekt
_maldito = [bnw] vervloekt; verdoemd
_male = [tsw] God geve (zie: mara). Male bèrdè! - Was 't maar waar!
_malechor = misdadiger
_malesa = ziekte, kwaal. malesa di kaya - geslachtsziekte [fam.]. malesa di suku - suikerziekte.
_maleta = koffer
_malgastá = [ww] verknoeien, verspillen, verkwisten. [bnw] verknoeid; verkwist; verspild.
_malgastamento = verspilling, verkwisting
_maligno = kwaadardig (v. ziekte)
_malisia = kwaadaardigheid
_malisioso = kwaadaardig (v. karakter)
_malkomportá = (zich) misdragen
_malkomportashon = misdraging
_malkontento = [znw] misnoegen; ontevredenheid. [bnw] misnoegd; ontevreden
_malkriá = [ww] verpesten [van kinderen]; verwennen; slecht opvoeden. [bnw] verwend; verpest [van kinderen]; stout
_malora = onheil
_maltratá = mishandelen; toetakelen
_maltrato = mishandeling
_malu = 1. ziek. esnan malu - de zieken. bira malu - ziek worden. kai malu - ongesteld zijn. 2. slecht. biba na malu ku otro - in onmin leven met elkaar. pa malu - expres; met opzet. tuma na malu - kwalijk nemen.
_maluku = huilebalk
_malversá = zwendelen; oplichten.
_malversashon = malversatie; zwendel; oplichterij.
_mama = moeder. mama kalakuna - slechte moeder, die haar kinderen verwaarloost. N' ta yiu 'i mama! - Dat is geen kattepis! / Dat is 'n hele kluif!
_mamai = mama
_man {ng} = 1. hand; 2. handvat, handgreep; 3. klink; 4. wijzer. 5. kam (bananen). man bashí - met lege handen. man drechi - rechterhand. man robes - linkerhand. man tení - hand in hand. man na kabes - met de handen in 't haar. man na obra - de hand aan de ploeg. bou man - stiekem, clandestien, verborgen. riba man - overhaast. baha man - minderen. bati man - in de handen klappen. duna man - in ondertrouw gaan. duna un man - 'n handje helpen. kita man (for) di - de handen van iemand of iets terugtrekken. laba man - 1 de handen (in onschuld) wassen. 2. na een begrafenis naar het sterfhuis gaan. pasa man ku - aanraken; jatten, pikken. saka man - de hand uitsteken. sali fò'i man - uit de hand lopen. Un man ta laba otro, dos ta laba kara. - Vele handen maken het werk licht. un kant'i man - 'n klap, 'n oorvijg.
_maña = karaktertrekken, streken, manie. mala maña - rotstreken
_mañan {ng} = morgen. mañan maínta - morgenochtend. otro mañan - overmorgen. Te mañan! - Tot morgen! No laga pa mañan, loke bo por hasi awe. - Stel niet uit tot morgen wat ge heden doen kunt.
_mancha = [znw] 1. vlek, smet. mancha original - erfsmet. sin mancha - onbevlekt. 2. school (vissen). [ww] vlekken, bevlekken.
_manda = 1: sturen, opsturen, zenden, opzenden. mucha mandá - boodschappenjongen. 2: bevelen, kommanderen, de macht hebben/uitoefenen; aan het bewind zijn.
_mandamento = [znw] 1: verzending, het zenden. 2: gebod. E dies mandamentonan - de Tien Geboden
_mandatario = bewindsman; machthebber; gezagsdrager
_mandato = mandaat
_manchi[C.] = mand; (A.: - makuto)
_mané = (zie: manera)
_manehá = besturen
_manehadó = bestuurder
_maneho = beleid; beheer. mal maneho - wanbeleid, wanbeheer, wanbestuur
_manera = [znw] manier; wijze. di manera ku - zodat. na mi manera - op mijn manier. sin manera - onbeholpen; onbehouwen. [vw/bw] als; zoals; alsof
_manga = 1. mouw. manga di kamisa - hemdsmouw. un blusa manga largo, kòrtiko, - een bloes met lange, korte mouwen. hisa manga. - de handen uit de mouwen steken lora manga - de mouwen oprollen. 2. brok of blok steen.
_mangasina = schuur, magazijn
_mangel {stomme e} = 1. snoep. 2. mangrove
_manifestá = manifesteren
_manifestante = manifestant
_manifestashon = manifestatie
_manifesto = manifest
_maniobrá = maneouvreren
_maniobra = moneouvre
_manipulá = manipuleren
_manipulabel {stomme e} = manupuleerbaar
_manipulashon = manipulatie
_manisé = [ww] ochtend worden. su manisé - de volgende ochtend
_manká = [bnw] ontwricht, hinkend (door verstuiking e.d.)
_manka = 1. ontwrichten, verzwikken, verstuiken (v. ledematen). 2. ontberen. Mi no ke manka mi kòfi! - Ik wil m'n koffie niet missen.
_mankaron = [bnw] ondeugdelijk, gebrekkig. un mucha mankaron - 'n gebrekkig kind. [znw] koeksoort
_mansa = deeg
_mansedumbre = zachtmoedigheid.
_manso = zachtmoedig. [v. dieren] tam.
_manteka = boter. manteka di lòmba - ruggenmerg. bula ku (h)al'i manteka - boven z'n stand leven.
_mantel {stomme e} = id., jas.
_mantené = onderhouden; vasthouden; volhouden; aanhouden; doorzetten; beweren.
_mantenshon = onderhoud
_manual = [znw] handboek, handleiding. [bnw] handen-
_manualmente = met de hand
_manuskrito = manuscript
_mapa = 1. landkaart; bouwtekening; plattegrond. pinta mapa - een bouwtekening maken. 2. map, klapper, ordner.
_mara = [ww] binden; vastbinden; vastmaken, vastleggen; verbinden. mara su mes na - zich vastleggen op; zich verbinden tot. [tsw] God geve! Moge!
_maramento = [znw] binden, verbinden, binding
_maraviya = wonder.
_maraviyoso = wonderlijk, wonderbaarlijk, schitterend, zalig.
_marcha = [znw] mars; [C.] optocht. gran marcha - [C.] grote carnavalsoptocht. [ww] marcheren
_marchitá = [ww] verwelken. [bnw] verwelkt
_mardugá = vroege ochtend (van middernacht tot ongeveer 06 uur.); mardugá chikito - de vroege uurtjes (van middernacht tot rond 03 uur); mardugá grandi - voor het ochtendgloren (van 04 tot 06 uur).
_marga = [ww] verbitteren; vergallen. [bnw] bitter
_margá = verbitterd
_márgen = marge
_María = Marie
_maribomba = wesp
_mariko = flikker [vulg.]
_marikon = flikker [vulg.]
_marina = marine
_marinero = zeeman
_marinir = marinier
_marítimo = zee-; bida marítimo - zeeleven. komersio marítimo - zeehandel. navegashon marítimo - zeescheepvaart. transporte marítimo - zeetransport.
_marka = [znw] merk, merkteken, waarmerk. [ww] 1. markeren, merken, aanmerken, waarmerken; 2. uitzetten (van lijnen e.d.) 3. aanslaan, indrukken (v. telefoonnummer e.d.). tin un hende marká - iemand in de gaten houden
_mars = in: saka un hende su mars p'e - iemand mores leren.
_marshe (C.) = markt. (A.: merkado)
_mart = maart
_mártir = martelaar
_martirio = martelaarschap
_martirisá = martelen [ook fig.]
_martíu = hamer
_martiyá = hameren
_mas = meer, meest. mas grandi - groter, grootst. mas i mas - hoe langer hoe meer. mas tantu - meestal. mas of menos - ongeveer. Ta mas n' tin! - 't Smaakt naar meer!
_masa = massa
_masagista = masseur
_masakrá = uitmoorden, afslachten
_masakre = moordpartij, slachtpartij
_masal = [bnw] massaal
_masalmente = [bwL] massaal
_masashi = massage
_masbango = vissoort
_mashá =heel, zeer, erg. Mashá danki! - dank U (je) wel! mashá nada. - bijna niets
_mashar [vero.] = heel, zeer, erg.
_mashin = machine. mashin di kose - naaimachine. mashin di laba paña - wasmachine. mashin di laba kò'i kibra - vaatwasser.
_masibo =massief
_maske = hoewel, alhoewel, ofschoon
_maskulino = mannelijk
_mason = vrijmetselaar
_masonería = vrijmetselarij
_masturbashon = masturbatie; zelfbevrediging
_mat = id.
_mata = [znw] plant. [ww] doden; slachten. dal mata - doodslaan. tira mata - doodschieten. el a mata tres homber. - zij heeft drie mannen overleefd.
_matadó = moordenaar; slachter
_matamento = [znw] het doden; slachting
_matansa = doding, moord
_matemátika = wiskunde
_matemátiko = [znw] wiskundige. [bnw] wiskundig.
_materi = etter
_materia = 1. materie. 2. metselspecie
_material = materiaal
_materialisá = verwezenlijken
_materialismo = materialisme
_materialista = [znw] materialist. [bnw] materialistisch
_materna = moeder-. lenga materna - moedertaal.
_maternal = moeder-; moederlijk. amor maternal - moederliefde
_maternidat = moedrschap
_matrimonial = huwelijks-
_matrimonio = huwelijk
_matris = baarmoeder
_matutino = ochtendkrant
_mayor = [znw/bnw] ouder
_mayoría = meerderheid; (de) meeste(n)
_mea = kous; sok. barig'i mea - veelvraat, vreetzak
_mecha = lont; (kaarsen)pit
_medaya = medaille
_media = communicatiemiddelen; de pers.
_mediadó _mediador = bemiddelaar. mediadó di gobierno - landsbemiddelaar
_mediador = bemiddelaar
_mediano = gemiddeld, middelmatig, middelbaar
_mediante = middels, door middel van. Dios mediante! - met Gods hulp!
_mediashon = bemiddeling; tussenkomst; voorspraak
_medida = maatregel
_medieval = middeleeuws. tempo medieval - Middeleeuwen
_medio = middel. medio ambiente - milieu. Medio Oriente - Midden-Oosten. medionan finansiero - geldmiddelen.
_mediokre = middelmatig.
_medisina = geneeskunde
_medisinal = geneeskundig; geneeskrachtig
_meditá = mediteren, peinzen, overpeinzen
_meditashon = meditatie, overpeinzing
_mef = muf
_mèfè-mèfè = [bnw] scharminkel(ig)
_mei-mei = tussen
_mei = [znw] mei. [bnw] 1. half. 2. wel; mei shen hende - Wel honderd mensen.
_mekániko = [znw] monteur; technicus. [bnw] mechanisch; werktuiglijk
_mèkè-mèkè = oogvet
_melankolía = melancholie; weemoed; somberheid; zwaarmoedigheid.
_melankóliko = melancholiek; weemoedig; somber; zwaarmoedig; droefgeestig.
_mèldu = melden; aanmelden. vdv: gemèldu)
_mèlè-mèlè = slap
_mèlè = flikflooien. mèlè hende - flikflooien
_melodía = melodie; wijs; wijsje
_melodioso = melodieus; welluidend.
_memoria = geheugen; herinnering; gedachtenis. den felis memoria - zaliger gedachtenis.
_memorisá = memoriseren; opnemen (in geheugen), onthouden
_memorisashon = opname (in geheugen)
_men = betekenen, bedoelen. ke men (dí) - Dat wil zeggen. Ki bo ke men? - Wat bedoel je?
_Mena = koosnaam voor Filomena of Philomena
_menasá = bedreigen, dreigen
_menasa = bedreiging, dreiging
_menasante = dreigend, bedreigend
_menchi _menshi = [anus] gat [fam.]. Su menchi a ploi. - hij/zij verging van de kou.
_mendra = verminderen
_mener = meneer. mener di skol - onderwijzer, leraar
_mengua = afnemen, verminderen.
_menguante = afnemend. luna menguante - afnemende maan
_menor = kleiner; kleinst; jonger; jongst
_menos = min; minder; minst; behalve. por lo menos[S.] - ten minste, minstens. Esei ta menos mal. - Dat is daaraantoe.
_menosbálido = mindervalide
_menospresiá = [ww] minachten; verachten. [bhnw] geminacht; minachtend; veracht(elijk).
_menospresio = minachting;
_menospudiente = minvermogend(e)
_mensahe = boodschap
_mensahero = boodschapper
_menshon = vermelding
_menospresiá = minachten; verachten
_menshoná = noemen; vermelden
_menshonabel {stomme e} = noemenswaard; vermeldenswaard
_menstruashon = menstruatie
_menta = noemen ; vermelden. menta nomber di un hende - iemands naam noemen.
_mental = [bnw] mentaal, geestelijk
_mentalidat = mentaliteit
_mentalmente = [bw] mentaal, geestelijk. mentalmente retardá - geestelijk gehandicapt
_mente = geest. Un mente sano den un kurpa sano - 'n gezonde geest in 'n gezond lichaam.
_mentira = leugen. papia mentira - liegen
_mentiroso = [znw] leugenaar. [bnw] leugenachtig.
_menú = menu
_MEP = Movimento Electoral di Pueblo = Arubaanse politieke partij
_merdía = middag. entre merdía - tussen de middag. tra'i merdía - na de middag.
_meresé = [vaak zonder ta] verdienen [fig.]
_meridiano = breedtecirkel, meridiaan
_merikano = [znw] amerikaan(se). [bnw] amerikaans
_mérito = verdienste [fig.]; mérites
_Merka = Amerika
_merkado = markt
_merkansía = koopwaar; goederen
_mes = zelf; eigen; even; echt. mi mes - ikzelf, mijzelf. Mi ta hasi'é mi mes. - Ik doe 't zelf. Mi mes ruman - m'n eigen broer/zus. E ta mes grandi ku mi. - Hij is even groot als ik. E tamashá bunita mes. - 't Is echt heel mooi. Bo mes sa! - Je weet wel!
_mesa = tafel. drecha mesa - de tafel dekken. kita mesa - de tafel afruimen. sinta na mesa - aan tafel gaan. dilanti di mesa bèrde - voor het gerecht, voor de rechter.
_meskla = [znw] mengsel; vermenging. [ww] mengen, vermengen
_meskos = hetzelfde. meskos ku - net als, evenals
_meslá = metselaar
_mesora = meteen, terstond
_mester [zonder ta] = moeten. tin mester di - nodig hebben
_mesun = dezelfde; hetzelfde
_meta = doel
_metal = metaal
_metamórfosis = metamorfose; gedaanteverandering
_mete = zich mengen (ku - in), zich inlaten (ku - met)
_metemento = [znw] het zich mengen (ku - in)
_meteora = meteoor
_meteorita = meteoriet
_meteorología = meteorologie; weerkunde
_meteorológiko = meteorologisch; weerkundig.
_meteorólogo = meteoroloog; weerkundige.
_metí = verwikkeld (den - in)
_metódikamente = [bw] methodisch
_met&oacu8te;diko = [bnw] methodisch
_método = methode
_metslá = metselaar
_meuchi = zeemeeuw
_mi = ik, mij, me, mijn
_midí = maat. Ku e midí ku bo ta midi bo próhimo, Dios lo midí bo. - Met de maat waarmee gij meet, zult ge gemeten worden.
_midi = meten, opmeten
_midimento = [znw] het meten, opmeten
_miedo = angst. tin miedo= bang zijn. No tene miedo! - Wees niet banbg! pa miedo di - uit vrees voor. pa miedo ku - uit vrees dat.
_miedoso = [znw] bangerik. [bnw] bang, angstig, vreesachtig
_miembresía = lidmaatschap; leden
_miembro = lid
_mientras (ku) = terwijl; naarmate, naargelang. mientras tanto - ondertussen; inmiddels
_mièrdè = stront
_migra = migreren; trekken [vogels, volkeren]
_migrashon = migratie; trek
_mihó = beter, best. Tantu mihó - des te beter.
_mihorá = verbeteren; mihorá su mes - zich verbeteren (in positie)
_mihorabel {stomme e} = verbeterbaar
_mihoransa = verbetering; vooruitgang
_mihorashon = verbetering
_miksto = gemengd. sintimentonan miksto - gemengde gevoelens
_mil = duizend
_milagrosamente = [bw] wonderbaarlijk, op wonderbaarlijke wijze
_milagroso = [bnw] wonderbaarlijk
_milaguer {stomme e} = wonder
_militansia = 1. strijdvaardigheid, strijdlust. 2. supporters, propagandisten (voor politieke partijen)
_militante = militant, strijdbaar, strijdlustig, strijdvaardig
_militar = [znw+bnw] militair.
_militarismo = militarisme
_militarista = [znw] militarist. [bnw] militaristisch
_milon = meloen. milon di seru[C.] - bolcactus
_mimá = verwend
_mima = verwennen
_mimamento = verwenning
_mimoF = kleinzerig
_mina = [znw] mijn. [ww] ondermijnen; ondergraven.
_mineral = mineraal, delfstof; erts
_minero = mijnwerker
_minimal = [bnw] minimaal; op z'n minst
_minimalisá = minimaliseren; verkleinen
_minimalisashon = minimalisering; verkleining
_minimalmente = [bw] minimaal; op z'n minst.
_mínimo = [znw] minimum. e mínimo absoluto - het uiterste minimum. [bnw] minimaal, miniem, minst
_ministeriabel {stomme e} = m inisteriabel
_ministerial = ministeriëel
_ministerio = ministerie
_ministro = minister
_minti = verloochenen. Bo n' por minti bèrdè. - De ware aard verloochent zich niet.
_minusiosamente = [bw] minutieus
_minusioso = [bnw' minutieus
_minüt = minuut
_mira = zien; kijken
_miron = toeschouwer, omstander; nieuwsgierige toekijker
_misa = kerk(gebouw) [RKK]; mis. santo sakrifisio di misa - Heilige Mis. misa antisipá - weekeindmis op zaterdagavond. misa kantá - gezongen heilige mis. na misa - in/bij de kerk. den misa - in de kerk. durante misa - tijdens de mis.
_misal = missaal
_misandr&iaccute;a = mannenhaat; afkeer van mannen.
_misantrópiko = [bnw] misantroop, misantropisch
_misántropo = misantroop
_miserabel {stomme e} = armoedig, armetierig, armzalig
_miseria = misère
_miserikordia = barmhartigheid. sin miserikordia - ongenadig, onbarmhartig
_miserikordioso = barmhartig
_mishi (ku) = aanraken, aankomen. No mishi! - Niet aankomen! Blijf ervan af! No mishi ku mi! - blijf van me af! Ki mishí bo akí? - Wat doe jij hier? Ki mishí bo riba kaya? - Wat doe jij op straat?
_mishon = missie
_mishonero = missionaris; zendeling.
_misil = projectiel; raket
_miskiña = [znw] 1. kleingeestig mens. 2. vrek, gierigaard, schraalhans [bnw] 1. kleingeestig; 2. hebberig, vrekkig, gierig, schraperig
_misógino = misogyn; vrouwenhater
_misterio = mysterie
_misteriosamente = [bw] mysterieus, raadselachtig
_misterioso = [bnw>smysterieus, raadselachtig
_mitar = [znw] helft. [bnw] half. mitar saya - onderrok. mitar di dos[C.] - half twee.
_miya = mijl; mijlpaal
_miyon = miljoen
_mo [A.] = oom [+naam]; mo Pe -oom Piet. (C.: om)
_móbil = beweegbaar; beweeglijk; mobiel
_mobilidat = mobiliteit; verplaatsbaarheid
_mobilisá = mobiliseren; op de been brengen (v. politie e.d.)
_mobilisabel {stomme e} = mobiliseerbaar
_mobilisashon = mobilisatie; het op de been brengen van groepen.
_mochi = moot
_moda = mode. na moda - in de mode. Nan no tin moda ni di muri. - Ze hebben geen nagel om zich te krabben. N' ta moda! - 't Is ongelooflijk, onvoorstelbaar!
_modelá = modelleren; boetseren
_modelahe = modellering; boetseerkunst
_modelo = model
_modernisá = moderniseren
_modernamente = [bw] modern
_moderno = [bnw] modern
_modestia = bescheidenheid
_modesto = bescheiden
_modifiká = modifiëren, wijzigen
_modifikashon = modificatie, wijziging
_modo = manier, wijze. di modo ku - zodat. Di otro modo - op 'n andere manier. Na mod'i bisa, papia - bij wijze van zeggen, spreken. di ningun modo - op generlei wijze. No tin modo di muri - 't erg slecht hebben.
_mofa = spot, spotternij; schimpscheut. hasi mofa di un hende - iemand bespotten
_mòfer {stomme e} = knalpijp; knaldemper
_mòfi = [ORNITH.] SOORT mus
_mòfler {stomme e} = knaldemper, uitlaat
_mohé = [streektaal] vrouw
_moher = [streektaal] vrouw
_Moises = Mozes
_mòkel {stomme e} = moker, voorhamer
_mokete = vuist, knuist; vuistslag, stomp
_moketeá = stompen; slaan met de vuisten
_molèster {stomme e} = last, ongemak, ongerief; overlast. kousa molèster - last bezorgen. Danki p'e molèster! - Bedankt voor de moeite.
_molestiá = lastig vallen. E kos ta molestiá mi. - Ik zit ermee in m'n maag.
_moli = zacht, week
_molia = weken; zacht maken.
_molina = 1. molen molina di biento - windmolen. 2 [ornit] maag.
_momento = moment; ogenblik. ni un momento so. - geen enkel moment.
_Momo = Momus; kimamento di momo - vastenavond (waarop koning Momus wordt verbrand)
_monarka = monarch, vorst
_monarkía = monarchie, vorstenhuis
_monarkista = monarchist(isch)
_mondi = wildernis, ongecultiveerd land, struikgewas; bos
_mondongo = 1. pens; buk'i mondongo - boekmaag. 2. binnenste (van iets), binnenwerk. saka un hende su mondongo. - Iemand tot op de naad uithoren.
_moneda = munt
_mongol = mongool [plat]
_monstruo = monster, gedrocht, wangedrocht
_monstruoso = monsterlijk, gedrochtelijk
_montamento = spiritisme
_montante = bedrag
_monton = hoop, (=afval, geld e.d.); stapel
_montoná = ophopen; stapelen; vergaren
_monumental = monumentaal
_monumento = monument
_mòp = [znw] mop (om te schrobben); zwabber. [ww] schrobben (met mobp); zwabberen.
_moral = moreel; zedelijk.
_moralidat = moraal; moraliteit; zedelijkheid.
_moralista = moralist; zedenmeester.
_mòrde = 1. bijten; happen. 2. pijn doen; schrijnen. Mi kabes ta mòrde - Ik heb hoofdpijn.
_mordí = beet
_moreno = licht bruin
_moribundo = zieltogend, stervend (niet van mensen of dieren)
_mòrkòi = (land)schildpad. Bo no por ranka pluma fò'i mòrkòi. - Van 'n kale kip kun je geen veren plukken. akshon di morkòi - stiptheidsaktie
_mòro = [tsw] (goeie) morgen!
_morochi = tweeling
_morocho = tweeling
_moroton = gedrongen [v. mens of dier]
_mòrs = morsen, knoien, prutsen, klungelen; spelen
_mòrsmento = geknoei, gepruts, geklungel
_mòrspòt = geknoei. hasi mòrspòt - zitten te knoeien
_mortal = [bnw] sterfelijk; dodelijk. restonan mortal - stoffelijke resten. [znw] sterveling
_mortalidat = sterfte; sterfelijkheid
_mortalmente = [bw] sterfelijk;dodelijk.
 _mortífero [S.!] = dodelijk
_mortifiká = (zich) versterven
_mortifikashon = versterving
_mòrto = dood. mòrto kansá - doodmoe. mòrto na soño - vast in slaap. mòrto-mòrto - morsdood
_mortuario = mortuarium
_mosaik = tegel; tegels. pega mosaik - tegels zetten
_mosaiko = tegel; tegels; mozaiek
_mòsh = spelen, knoeien, prutsen, klungelen, rommelen. Mi n' ta mòsh ku bo! - Ik speel niet met jou! (kindertaal)
_mòshmento = geknoei, gepruts, geklungel, gerommel
_moshon = motie
_mòstert }stomme e} = mosterd
_mòt-mòt-mòt = het geluid van een kikker
_mota = dons [om te poeieren e.d.]
_motibo = reden; aanleiding. pa motibo di - vanwege. p'e motibo ei, - om die reden. pa ékis motibo - om onbekende reden(en). (zie: ékis)
_motin = buit
_motivá = motiveren
_motivashon = motivatie
_motor = motor
_motosaik = motorfiets
_motosiklismo = het motorrijden; motorsport
_motosiklista = motorrijder, motorfiets berijder
_move = bewegen. sin move - onbeweeglijk
_moveshon = beweging
_movimento = beweging [organisatie]
_mucha-homber = jongen
_mucha-muhé = meisje
_mucha = kind (= onvolwassen mens); jongen, meisje. mucha mandá - boodschappenjongen. bon mucha - lief (v. kind); braaf (v. hond e.d.). mala mucha - stout; stouterd. E ta muchu mucha pa... - Hij is veel te klein om ...
_muchachada = (klein)zielig gedoe; kinderachtig gedoe.
_muchila = rugzak
_muchu= te, al te; muchu hopi - te veel.
_muda = verhuizen
_mudansa = verhuizing
_mudo = stom (= niet kunnende praten)
_muebel = meubel
_muebla = meubileren
_muestra [S.] = monster, voorbeeld; staal(tje); blijk; teken. duna muestra di - blijk geven van. un muestra di stimashon - 'n teken van liefde.
_mùf = muf
_muf = verhuizen, weggaan
_muha = bevochtigen, nat worden, nat maken; water geven (planten)
_muhá = nat; vochtig; klam. papa muhá - kletsnat
_muhé = [C./A.] vrouw; [A.] wijf
_muher [vero.] = vrouw. e muher ei - dat wijf
_muherero = vrouwenjager, snoeper
_mula = [ww] 1. malen. karni mulá - gehakt. 2. zwoegen, ploeteren. [znw] muilezel; drugskoerier
_multa = [znw] boete, bekeuring. [ww] beboeten, bekeuren
_multiple = veelvoud(ig)
_multipliká = vermenigvuldigen
_multiplikashon = vermenigvuldiging
_multitut = menigte, schare
_mundano = werelds, mondain, aards
_mundo = wereld
_mundu = wereld. e di tres mundu - de Derde Wereld. henter mundu - de hele wereld. ront mundu - op/over de hele wereld. gosa un mundu - geweldig genieten. Un gritamento di otro mundu. - 'n Geschreeuw van jewelste.
_munishon = munitie
_munisipal = gemeente-, gemeentelijk. gobierno munisipal - gemeentebestuur. konseho munisipal - gemeenteraad
_munisipio = gemeente
_munstra = tonen; eruit zien, laten zien
_muraya = muur; wand
_muri = sterven; doodgaan. muri pa un hende - smoor (verliefd) zijn op iemand. muri pa (un kòpi kòfi) - snakken naar een (kop koffie). Bai muri leu! - Val dood!
_murmurá = fluisteren; mopperen; prevelen
_músika = muziek
_muska = vlieg
_muskular = spier-
_múskulo = spier
_mustra _munstra = tonen, laten zien; aanwijzen
_mutilá = verminken
_mutuamente = ;bw' wederkerig, wederzijds.
_mutuo = ;bnw' wederkerig, wederzijds.
_mutilashon = verminking
_mutuo = ;bnw' wederkerig, wederzijds.
_muy (S.!) = zeer, heel, erg (p.: mashá, hopi); muy pronto (S.!) - heel gauw. muy en particular(S.!) - heel in 't bizonder.
_muzik = muziek

_n' = no

= niet, geen. Mi n' sa! - Ik weet 't niet.
_na = op; te; in; bij. (nadruk en toonverhoging voor pers.vnw mi en bo) na ora - op tijd. na kas - thuis. na kantor, skol - op kantoor, school. na trabou - op 't werk. na Playa, Santa Cruz, Noord ... - in de Stad, Santa Cruz, Noord ... na beach - op/aan het strand. na misa - in de kerk. na santana - op 't kerkhof. na televishon, radio - op de tv, radio. na mesa - aan tafel. na moda - in de mode. - in 't groot. Na ordu! - Tot Uw dienst! baha na awa, na katuna - met de noorderzon verdwijnen. splika un kos na plaka chikito - iets haarfijn uitleggen. E tin plaka na granel. - Hij heeft hopen geld. Pone un hende su kara na bergüensa - iemand te schande maken.
_nada = niets. mashá nada - bijna niets. N' ta nada. - 't Geeft niet. N' ta yudá bo na nada. - 't helpt je geen steek.
_namorá = [ww] verliefd worden (di - op). [bnw] verliefd (di - op).
_namoramento = verliefdheid
_nan {ng} = zij, ze [mv], hen, hun; ook uitbreidingspartikel.
_nanishi = neus. Esun ku korta su nanishi, ta daña su kara - Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht.
_Nanzi = hoofdfiguur uit Nanzi-verhalen;Nanzi of Kompá Nanzi is een spin.
_ñapa = toegift, extraatje
_nase = geboren worden
_nasé[C.] = [volt.deelw./bnw] geboren
_nasemento = geboorte
_nashon = natie
_nashonal = nationaal; vaderlands
_nashonalidat = nationaliteit
_nashonalismo = nationalisme
_nashonalista = [bnw] nationalistisch. [znw] nationalist
_nasimento = geboorte
_nasí [A.] = [volt.deelw./bnw] geboren
_natal = [bnw] geboorte-; fecha natal - geboortedatum. tera natal - geboortegrond.
_natalicio (S.!) = [bnw] geboorte-; fecha natalicio - geboortedatum.
_natashon = zwemkunst, zwemsport; het zwemmen
_natural = [bnw] natuurlijk
_naturalesa = natuur
_naturalisá = [ww] naturaliseren [bnw] genaturaliseerd
_naturalisashon = naturalisatie; naturalisering
_naturalmente = [bw] natuurlijk
_nave = vaartuig. nave spasial - ruimtevaartuig
_navegá = varen
_navegante = varend(e); zeevarend(e).
_navegashon = scheepvaart
_nèchi = {bnw] net; netjes, fatsoenlijk
_negashon = ontkenning
_negatibo =negatief
_negligensia = nalatigheid, achteloosheid; veronachtzaming; achterstelling; plichtverzaking, plichtverzuim
_negligente = nalatig, achteloos
_neglishá = [ww] verwaarlozen; veronachtzamen; nalaten; negeren; achterstellen. [bnw] verwaarloosd; achtergesteld
_neglishamento = verwaarlozing
_negoshá = handelen, handel drijven
_negoshabel {stomme e} = onderhandelbaar
_negoshabilidat _negoshadó _negoshador = onderhandelaar
_negoshante = zakenman, koopman
_negoshashon = onderhandeling
_negoshi = zaak, handel, bedrijf
_negro = neger
_neishi [A.] = nest. (C.: nèshi)
_nèk = [znw] nek. trose un hende su nèk p'e. - iemand de nek omdraaien. [ww] nekken, foppen, voor de gek houden. Lag'i ta nèk! - Maak dat je grootje wijs!
_nenga = ontkennen; weigeren.
_nengamento = ontkenning; weigering.
_nervio = zenuw. tin nervio - zenuwachtig zijn
_nerviosidat = nervositeit; zenuwachtigheid
_nervioso = zenuwachtig
_nesesariamente = [bw] nodig, noodzakelijk
_nesesario = nodig, noodzakelijk
_nesesidat = nood; noodzaak
_nèshi (C.) = nest. (A.: neishi)
_nèt-nèt = net (passend)
_nèt = net; zojuist
_netamente = echt; precies. netamente arubano - echt arubaans
_neurología = neurologie, zenuwspecialisme
_neurológiko = neurologisch
_neurólogo = neuroloog, zenuwarts
_ni = noch; nog geen .... Ni dies plaka e no tábata tin. - Hij/zij had nog geen kwartje. ni ... ni ... - noch ... noch ... ni un - geen enkel; ni sikiera - zelfs niet
_nieta = kleindochter
_nieto = kleinkind, kleinzoon
_nifiká = betekenen
_nifikashon = betekenis
_ningun = geen; geen een. ningun hende - niemand. ningun lugá - nergens; ningun kaminda - nergens
_niño [S.!] = kindje, kindeke. niño Hesus - Kindeke Jezus.
_nister {stomme e} = niezen. Pushi chikito ta nister duru. - Kleine potjes hebben grote oren.
_nit = [znw] nietje. [ww] nieten.
_nitrato = nitraat
_nivel = peil, niveau, vlak, hoogte
_niwa = klein vliegend insect; Tin muska manera niwa! - het wemelt van de vliegen.
_no = nee; niet, geen. (altijd vóór gezegde). no ... nada - niets. no ... nunka - nooit. no ... ningun - geen enkele.
_nobato = nieuweling
_nobedat = nieuwigheid
_nòbel {stomme e} = nobel
_nobenta = negentig
_nobis-nobis = spiksplinternieuw
_noble = nobel, adelijk,
_noblesa = adel, adelijkheid, nobelheid, noblesse
_nobo-nobo = splinternieuw
_nobo = [znw] nieuws; nieuwtje; [bnw] nieuw
_nochi = nacht; avond. Bon nochi! - Goeie avond! Welterusten! ayera nochi - gisteravond. awe nochi - vanavond
_nodi = in: tin nodi di - hoeven
_nokturno = nachtelijk
_nomber {stomme e} = naam, voornaam. nomber I fam. - voor- en achternaam.
_nombra = benoemen; aanstellen
_nombramento = benoeming, aanstelling
_nominá = nomineren; voordragen; benoemen
_nominashon = nominatie; voordracht; benoeming
_nòrma = norm
_normal = [bnw] normaal
_normalisá = [ww] normaliseren; [bnw] genormaliseerd
_normalmente/b> = [bws] normaal
_nort = noord, noorden
_nortero = inwoner van het Arubaanse dorp Noord
_norwechi = Noor(s)
_Norwega = Noorwegen
_nos = wij, we, ons, onze. nos ku nos - wij onder elkaar.
_nostalgia = nostalgie
_nostálgiko = nostalgisch, stemmig
_nota = [znw] noot [muz.]; aantekening; nota. [ww] noteren; aantekeningen maken; opmerken
_notabel {stomme e} = opmerkelijk; bemerkbaar
_notariado = notariaat
_notarial = notariëel. akta notarial - notariële akte
_notario = notaris
_notifiká = aanzeggen; verwittigen
_notifikashon = aanzegging; verwittiging
_notisia = nieuws
_notisiero = nieuwsdienst
_notorio = notoir
_notulá = notuleren
_notulashon = notulen
_noufragá = [ww] vergaan, schipbreuk lijden. [bnw] vergaan; schipbreuk geleden hebbend.
_noufragio = schipbreuk
_nóufrago = schipbreukeling
_novedat = nieuwigheid
_novela = roman; feuilleton
_november {stomme e} = id.
_novena = noveen [rkk]
_novia [S.] = meisje (vrouw) dat zich voorbereidt op het huwelijk; verloofde
_novio [S.] = jongen (man) die zich voorbereidt op het huwelijk; verloofde
_nua [C.] = in onmin. biba nua ku otro - in onmin leven met elkaar.
_nubia = [znw] wolk. [ww] bewolken
_nubiá = bewolkt
_nubla = bewolken
_nublá = bewolkt
_nudismo = nudisme
_nudista = nudist
_nudo = knoop, zeemijl
_nuebe = negen. nueb' or' - negen uur.
_nuklear = nucleair, kern-
_núkleo = kern; spil
_nulo = nul; vervallen. E kontrakt a keda nulo - het kontrakt is vervallen.
_numa = (nu) maar (ter verzachting). bai numa. - ga maar. Dal bai numa. - Ga je gang maar.
_number {stomme e} = getal; aantal; nummer. Number robes! - Verkeerd verbonden!
_numeral = telwoord
_numeroso = talrijk
_nunka = nooit. no ... nunka - nooit
_nutrishon = voeding
_nutritibo = voedzaam

_oásis = oase
_obedesé = gehoorzamen
_obediensia = gehoorzaamheid
_obediente = gehoorzaam
_obhetibidat = objectiviteit; zakelijkheid.
_obhetibo = objectief; zakelijk
_obheto = object; voorwerp
_obispado = bisdom
_obispal = bisschoppelijk
_obispo = bisschop
_obligá = [ww] verplichten. [bnw] verplicht.
_obligashon = verplichting
_obligatorio = verplicht
_obra = werk, kunstwerk. bon obra - goede werken. obra di arte - kunstwerk. obra di karidat - werk van barmhartigheid; liefdadigheid. obra di man - handenarbeid. man na obra! - De hand aan de ploeg!
_obrero = arbeider
_obsekiá = schenken
_obsekio = schenking
_obsenidat = obceniteit, schunnigheid.
_obseno = obsceen; schunnig.
_observá = observeren, waarnemen, opmerken
_observashon = observatie; opmerking.
_observatorio = observatorium. observatorio astronómiko - sterrenwacht
_obseshon = obsessie
_obsoleto = verouderd; niet meer gangbaar
_obstakulisá = [ww] opstoppen; tegenwerken; [verkeer e.d.] stremmen. [bnw<'i>] verstopt; gestremd.
_obstakulisashon = [znw] opstopping; tegenwerking; [verkeer e.d.] stremming
_obstákulo = obstakel; sta-in-de-weg
_obstante = in: no obstante - niettemin
_obstiná = eigenwijs. aktitut obstiná - eigenwijsheid.
_obstipá = [ww] verstoppen (ingewanden) [bnw] verstopt (v. ingewanden).
_obstipashon = obstipatie, verstopping
_obstruí = tegenwerken; dwarsbomen; dwarsliggen; [verkeer e.d.] stremmen
_obstrukshon = obstructie, tegenwerking; [verkeer e.d.] stremming. sin obstrukshon - onbelemmerd
_obtenibel {stomme e} = verkrijgbaar
_obtenibilidat = verkrijgbaarheid
_obtené = verkrijgen
_obtenibel {stomme e} = verkrijgbaar
obviamente = [bw] (over)duidelijk; vanzelfsprekend
obvio = [bnw] (over)duidelijk; vanzelfsprekend
_obyekshon = bezwaar; tegenwerping
_obyektibidat = objectiviteit
_obyektibo = objectief
_obyekto = object
_ochenta = tachtig. ochent'i ocho - 88.
_ocho = acht. och' or' - acht uur.
_odia = haten; verfoeien; verafschuwen
_odio = haat; afschuw
_odioso = hatelijk; verfoeilijk
_òf _of = of [nevenschikkend voegwoord]
_ofendé = [ww] beledigen. [bnw<'i>] [C.] beledigd
_ofendí [A.] = beledigd.
_ofensa = belediging; aantasting; vergrijp
_ofensibo = beledigend; hatelijk; offensief; stotend
_oferta = offerte, aanbod, aanbieding
_ofishal = [bnw] officiëel
_ofishalmente = [bw] officiëel
_ofishi = beroep, ambacht; vak
_ofisina = kantoor
_ofrenda = offer; hulde; offerande
_ofresé = [ww] bieden, aanbieden. [C.. bnw] (aan)geboden.
_ofresemento _ofresimento = aanbieding
_ofresí [A.] = (aan)geboden.
_ohochi = tweeling
_oído = gehoor [zintuig]
_okashon = gelegenheid. na okashon di - bij gelegenheid van
_okashoná = veroorzaken
_oksidental = west-; westelijk. Europa Oksidental - West-Europa.
_oksidente = Westen
_oksígeno = zuurstof
_oktober {stomme e} = oktober
_okulto = occult
_okupá = [ww] bezetten. [bnw] bezet; bezig
_okupashon = bezigheid; bezetting; bezettingsgraad
_okurí = vóórkomen, gebeuren
_ola = golf
_OLa = Organisashon Liberal Arubano

= voormalige Arubaanse politieke partij.
_oleifi = olijf
_olfato [S.] = reuk [zintuig]
_olifanti = olifant. E tin kuer'i olifanti. - Hij/zij heeft 'n olifantshuid.
_olímpiko = olympisch. weganan olímpiko - Olympische spelen.
_olio = olie. sant' olio - het Heilig Oliesel [rkk]
_oloshi = horloge; klok; uurwerk
_olvido = vergetelheid; kai den olvido - in vergetelheid raken.
_om [C.] = oom. (A.: omo, mo)
_omelèt = omelet
_omishon = verzuim, weglating
_omití = verzuimen, weglaten
_omo = oom
_ònbeskòp = onbeschoft
_onomatopeika = klanknabootsing
_onomatopeiko = klanknabootsend
_operá = 1. opereren, zich laten opereren; 2. bedienen (v. apparaten); 3. werken; aandrijven (v. machines)
_operashon = 1. operatie; 2. bediening (v. apparaten); 3. werking; aandrijving (v. machines).
_operashonabel {stomme e} = 1. opereerbaar; 2. bedienbaar. 3. werkbaar.
_operashonabilidat = 1. opereerbaarheid; 2. bedienbaarheid. 3. werkbaarheid.
_operashonal = operationeel; werkend; in werking.
_operashonalmente = [bw] operationeel; werkend; in werking.
_opiná = van mening zijn
_opinion = opinie, mening; oordeel. sondeo di opinion - opinipeiling
_oponé = opponeren; tegenspreken; tegenwerpen
_oponente = opponent, tegenpartij
_oportunidat = (gunstige) gelegenheid; kans
_oportunista = [znw] opportunist. [bnw] opportunistisch
_oportuno = opportuun, gunstig
_oposishon = 1. oppositie; 2. tegenstand
_opositor = oppositielid; tegenstander.
_opositorio = [bnw] oppositie-; van de oppositie
_opreshon = verdrukking, onderdrukking, oppressie
_opresibo = verdrukkend, onderdrukkend, oppressief
_opresor = onderdrukker
_oprimí = verdrukken; onderdrukken
_opshon = optie
_opshonal = [bnw<'i>] optioneel
_opshonalmente = [bw] optioneel
_opta = opteren (pa - voor)
_optimal = [bnw] optimaal
_optimalmente = [bw] optimaal
_optimismo = opptimisme
_optimista = [znw] optimist. [bnw] optimistisch
_ora = [znw] uur. Kuant' or' tin? - Hoe laat is 't? nueb' or'. - negen uur. na ora - op tijd. ki ora? - wanneer?.[bw] als, wanneer, toen. e ora ei - dan; toen. ora el a bai - toen hij ging. e ora ei el a bai. - toen ging hij. Ora e bin,... - als hij komt ...[zonder ta] ora di hasi un kos... - als (ik, jij, hij enz.) iets doe(t)...
_oradó _orador = redenaar, spreker
_orario = dienstregeling; (tijd)schema; openings- en sluitingstijden
_orashon = gebed
_órbita = baan (van hemellichamen)
_òrden = 1. orde; ordening. òrden legal - rechtsorde. 2. bevel; opdracht
_ordená = [ww] ordenen; gebieden; wijden [v. priesters]. [bnw] ordelijk, geordend; gewijd
_ordenashon = wijding [v. priesters]
_ordinariamente = [bw] in 't algemeen; gewoonlijk.
_ordinario = [bnw] alledaags
_òrdu = orde. na (bo) òrdu! - Tot je dienst!
_orea = oor (zie: horea)
_orensh = frisdrank
_organisá = organiseren; opstellen
_organisashon = organisatie
_organisatorio = organisatorisch
_organismo = organisme
_organista = organist
_órgano = orgaan
_òrgel {stomme e} = orgel. kah'i òrgel - draaiorgel
_orgía = orgie
_orguyo = [znw] trots
_orguyosamente = [bw] trots
_orguyoso = [bnw] trots
_orientá = (zich) oriënteren
_oriental = oosters
_orientashon = orientatie
_Oriente = Oosten
_orígen = oorsprong; origine
_original = [bnw] oorspronkelijk, origineel
_originalidat = oorspronkelijkheid, originaliteit
_originalmente = [bw] oorspronkelijk, origineel
_orkesta = orkest
_orkestrá = orkestreren
_orkestral = orkestraal
_orkidia = orchidee
_ornamento = ornament; versiersel; tooi
_oro = goud. No tur kos ku ta blenk ta oro. - Niet alles is goud wat blinkt.
_oró = straks; Te oró! - Tot straks.
_Oropa [C./B.] = Europa
_oropeo [C./B.] = [znw] Europeaan. [bnw] europees
_oroplano = vliegmachine
_ortografía = spelling
_ortogr&aacu8te;fiko = spellings-; op de spelling betrekking hebbend.
_oséano = oceaan
_otoño [S.] = herst
_otorgá = toekennen, toewijzen, toebedelen
_otorgamento = toekenning, toewijzing
_otro = 1. ander; 2. elkaar. Otro! - Nog 'n keer! Bis! otro biaha - 'n andere keer. otro hende - iemand anders. Otro gai ta kanta! - Da's andere koek! otro mañan - overmorgen. otro siman - volgende week. otro aña - volgend jaar. yuda otro - elkaar helpen.
_oudas = stoutmoedig, vermetel, driest
_oudasia = stoutmoedigheid, vermetelheid, driestheid
_oudiensia = audiëntie; toehoorders
_ouditibo = auditief, gehoor-
_ougùstùs = augustus
_oumentá = vergroten, verhogen, toenemen; aanwassen
_oumento = verhoging, opslag; aanwas, vergroting, toename
_ounke = hoewel, ofschoon, alhoewel
_ourora = dageraad. misa di ourora - dageraadsmis
_ousensia = afwezigheid, absentie
_ousente = afwezig, absent
_ouspisio = auspiciën
_ousteridat = soberheid; versobering
_Oustralia = australië
_oustraliano = [znw] Australiër; [bnw] australitsch
_outéntiko = authenbtiek
_outentisidat = authenticiteit
_outismo = autisme
_outista = [znw] autist [bnw] autistisch
_outo = auto
_outobiografía = autobiografie
_outobiográfiko = autobiografisch
_outodeterminashon = zelfbeschikking.
_outodidáktiko = [znw] autodidact; [bnw] autodidactisch
_outogobernashon = zelfbestuur.
_outomátikamente = [bw] automatisch; vanzelf
_outomátiko = automatisch
_outomatisá = [ww] automatiseren; [bnw] geautomatiseerd
_outomatisashon = automatisering
_outomatismo = automatisme
_outomobilismo = automobilisme; het autorijden, autosport
_outomobilista = automobilist
_outomotris = auto-. industria outomotris - autoindustrie.
_outonomía = autonomie
_outónomo = autonoom
_outopsia = autopsie, sectie
_outor = auteur
_outoridat = autoriteit
_outorisá = [ww] machtigen. [bnw] gemachtigd; bevoegd.
_outorisashon = machtiging; volmacht; bevoegdheid.
_outoritario = autoritair
_ovashon = ovatie

_p'esei = daarom
_pa = voor; om, om te; door; naar. (nadruk en verhoogde toon voor pers.vnw mi en bo) pa ku - jegens. pa medio di - door; door middel van. pa+onderwerp+onbepaalde wijs - persoonlijke infinitief.
_pabien = proficiat, gefeliciteerd
_Pablo = Paulus. San Pablo - Sint Paulus
_pabou = beneden; benedenwaards, beneden de wind, benedenwinds. west, westwaarts, naar het westen, ten westen. pabou di brùg [A.] - ten westen van de brug over het Spaans Lagoen.
_pachanga = fuif
_pachi = vadertje, oudje (gezegd tegen oude mannen)
_paden = binnen; van binnen; binnenin
_pader {stomme e} = pater
_padesé = lijden
_padilanti = vooraan; vóór (plaatsbepaling); van voren; naar voren. bai padilanti - vooruit gaan [ook fig.]; naar voren gaan. bin padilanti - naar voren komen. Di awó padilanti - voortaan. buriko padilanti! - stront voorop!
_padrastro = stiefvader
_padròt = kuddeleider bijh geiten
_padú = opa
_padushi = opa
_pafó = buiten; van buiten; aan de buitenkant
_paga = 1: betalen; uitbetalen. 2: uit doen (v. licht e.d.); uitschakelen; doven (v. vuur). paga tino - opletten.
_pagadó _pagador = betaler. mal pagadó - wanbetaler
_pagabel {stomme e} = betaalbaar
_pagabilidat = betaalbaarheid
_pagamento = [znw] 1: het betalen, betaling. 2: het uitdoen; doven
_pagano = [znw] heiden. [bnw] heidens
_pagara = chinese mat (vuurwerk).
_página = bladzijde, pagina
_pago = betaling, uitbetaling
_paha = stro
_pai = papa
_país = land (= staat)
_pak = [ww] slaan. pak un hende den muraya - iemand tegen de muur slaan.
_paketá = inpakken
_paki = pak, pakje
_pakiko = waarom
_pakto = pact; verdrag
_pakus = winkel
_palabrá = afspreken
_palabra = woord. Palabra bèrdat no sa pika lenga. - De waarheid mag altijd gezegd worden. Un palabra ta hala otro. - 'van 't ene woord komt 't andere. na palabra - aan 't woord. Tur kuminda ta di kome, ma no tur palabra ta di papia, bisa. - Spreken is zilver, zwijgen is goud.
_palabrashon = afspraak
_palabruha [C.] = uil; (A. - shoko)
_palangana [S.] = wasbak (losse metalen of plastic ) bak.
_palanka = hefboom, hendel, handle, handgreep.
_palasio = paleis
_pálido = bleek
_palma [S.] = palm
_palmita = dwergpalm, potpalm, sierpalm
_palo = 1. boom; 2. hout;3. paal; 4. stok; 5. steel [v. bezem e.d.]; pal'i koko - palmboom, kokospalm. pal'i lus - lichtmast. pal'i pía - scheenbeen; pal'i horka - galg. un pal'i awa - 'n stortbui. un palo di homber - 'n boom van 'n man. un kas di palo - 'n houten huis.
_palofrío = ijslollie. garosh'i palofrío - ijscokarretje.
_palomba = duif
_palpabel {stomme e} = tastbaar
_palpabilidat = tastbaarheid
_pamflèt = pemflet; vlugschrift
_pampuna = pompoen. Pampuna no sa pari kalbas. - De appel valt niet ver van de boom.
_pan = brood. pan batí= koek van maismeel (Arubaans hoofdvoedsel). pan dushi - cake-soort. pan lefi - los gebakken rond plat brood. pan maísh'i rabo - tarwebrood. pan tostá - geroosterd brood. pan yená - gevuld brood. pan di diabel - zwam. E ta un pan di Dios. - Hij is Jan Goedzak. e pan di kada día - het dagelijks brood. E ta bai manera pan kayente. -het gaat als zoete broodjes.
_paña = 1. kleren; kleding. paña di abou - onderkleren. paña di ariba - bovenkleren. paña di mucha - kinderkleren. laba paña - de was doen. bisti paña - (zich) aankleden. kita paña - (zich) uitkleden. 2. doek; goed; laken; stofdoek; vaatdoek. pañ'i kama - beddegoed. pañ'i mesa = tafelkleed. pasa paña - afstoffen
_panadería = bakkerij
_panadero = bakker
_panchi = 1. pan; dakpan. 2 [C.] koekepan. Kai fò'i panchi den kandela. - van de wal in de sloot raken.
_pániko = [znw] paniek. [bnw] panisch
_pankarta = reclamebord; spandoek
_panort = naar het noorden
_pantaya = scherm, beeldscherm, projectiescherm
_panty-hose [E.] = panty
_panty [E.!] = (dames)slipje. (zie: karson chikito)
_papa = 1: pap; papa kuaker - havermoutse pap. papa muhá - kletsnat. 2: paus
_papai = papa
_papabel{stomme e} = kandidaat paus
_papal = pauselijk
_papel = papier. papel di chokolati - zilverpapier. papel kimá - iemand met een verleden.
_papelucha = schotschrift
_papia = spreken, praten. papia gueni - koeterwaals praten papia manera lora madelòr - praten als een kip zonder kop.
_papiamento = Papiaments; gepraat, het praten
_par = [znw] paar. un par di sapato - 'n paar schoenen. un par di tempo pasá ... - enige tijd geleden. [ww] paren (v. dieren)
_para = [ww] staan; staande houden; stoppen; aanhouden; tegenhouden; weerhouden. dal para - (plotseling) stil blijven staan. lanta para - gaan staan. e ta bon pará - hij/zij staat er goed voor. keda para - blijven staan; stilstaan. Para ketu! - Sta stil! [znw] [C.] vogel; (A.: parha)
_parada = 1: halte. [A.] parada di bùs [C.] parada di konvoi - bushalte. 2: optocht. (C.: marcha) parada di karnaval - carnavalsoptocht. (C.: gran marcha) parada di flambeu - fakkeloptocht
_párafo = paragraaf; alinea
_paraíso = paradijs
_paralelo = parallel
_paralisá [ww] verlammen [ook fig.]. [bnw] verlamd [ook fig.]
_parálisis = verlamming
_paralítiko = [znw] verlamde. [bnw] verlamd
_paranda = zwier. bai paranda - aan de zwier gaan; gaan stappen, pierewaaien
_parandero = [znw] boemelaar. [bnw] uitgaanderig, boemelig
_parandiá = boemelen, pierewaaien, aan de boemel zijn
_pararayos [S.] = bliksemafleider
_pareha = paar; echtpaar; partner.
_pareu = gelijksoortig; middelmatig
_pargati = (gevlochten) sandalen
_pargo = [vissoort] red snapper
_parha [A.] = vogel (C.: para)
_pari = baren. manera su mama a paríé= spiernaakt, poedelnaakt
_pariba = boven; naar boven; boven de wind; bovenwinds. oost, oostwaarts, naar het oosten, ten oosten. nan no tin ni pariba ni pabou. - Ze hebben geen nagel om zich te krabben
_pariente = bloedverwant; familielid
_park = park
_parker = parkeren
_parkeo = [znw] het parkeren; parkeerplaats
_parlamentario = [znw] parlementslid, parlementariër. [bnw] parlementair
_parlamento = parlement
_PARO = STILSTAND; STAKING. un paro general - 'N algemene staking.
_parokia = parochie
_parokial = parochie-
_parokiano = parochiaan
_parotin (C.) = losbandig. un bida parotin - 'n losbandig leven.
_parotinería [C.] = losbandigheid
_parse = lijken, schijnen. E ta parse su tata. - Hij lijkt op z'n vader. Ta parsé mi,... - 't Lijkt me, ...
_parsela = perceel
_parshal _parsial = deels, partiëel; gedeeltelijk;
_parshalmente _parsialmente = deels; gedeeltelijk
_partera [A.] = verloskundige, vroedvrouw. (C.: frumú)
_parti = [znw] 1. deel; onderdeel, gedeelte, part. 2. kant, zijde. di parti di - van de kant van. un respondi di parti di... - een boodschap van ... pa mi parti, - voor mijn part, tuma parti pa un hende - partij kiezen voor iemand; zich aan iemands zijde scharen. [ww] delen, verdelen, splitsen, uitdelen, opscheppen (van eten). Nan no ta parti un bolchi. - Ze kunnen elkaar niet luchten of zien. parti mei-mei di - verdelen onder
_partidario = [znw] voorstander; [bnw] . partijdig
_partidista = [znw] partijlid.[bnw] tot een partij behorend
_partido = partij
_partikular = bijzonder. en partikular - in het bijzonder.
_partikularmente = [bw] in 't bijzonder
_partishon = deling; indeling; verdeling; afscheiding.
_partisipá = 1. meedelen; 2. participeren, deelnemen, meedoen
_partisipante = participant, deelnemer
_partisipashon = 1. mededeling, melding; 2. participatie, deelname
_partisipio = deelwoord. partisipio pasá - voltooid/verleden deelwoord.
_parto = bevalling
_pas = [znw] vrede. laga un hende na pas - iemand met rust laten. [ww] passen
_pasá = geleden; aña pasá= vorig jaar. El a haña un mal pasá. - Ze hebben hem/haar flink te pakken gehad.
_pasa = passeren; gebeuren; inhalen; langs komen/gaan; voorbijgaan/komen; aan de hand zijn; [v.film e.d.] vertonen, draaien. pasa bon! - vaarwel! pasa loke pasa - er gebeure wat wil. Kada pasa un día. - om de andere dag. Por pasa unda ku n' tin. - Dat kan er (net) mee door. el a pasa forbei - 't is over.
_pasado = [znw] verleden
_pasahero = [znw] passagier. [bnw] voorbijgaand
_pasaporte = paspoort (ook wel: pasport)
_pasashi = passage, ticket
_pasenshi = geduld. Pasenshi! - [gezegd tegen zieken en/of gehandicapten]. karga pasenshi - geduld hebben. Ku pasenshi ta gana gloria. - Geduld is een schone deugd.
_pashon = passie; lust; drift.
_pasibo = passief
_pasiente = patiënt
_pasifiká = pacificeren
_pasifikashon = pacificatie
_pasífiko = vredelievend; vredig; vreedzaam
_pasifismo = pacifisme; vredelievendheid
_pasifista = pacifist(isch)
_pasikiko = pakiko
= waarom
_pasividat = paciviteit
_paskin = anoniem schotschrift
_pasku = kerstmis; pasen. pasku di nasimento - kerstmis. pasku grandi, pasku di resurekshon - pasen. Bon pasku! - gelukkig kerstfeest; Gelukkig Pasen!
_paso = pas, stap, voetstap. paso pa paso - stap voor stap.
_pasobra = omdat, want
_pasombra (C.) = omdat, want
_pasport = paspoort
_pastechi = pastie(tje)
_pastor = pastoor; predikant, evangelist
_pastoral = pastoraal
_pastorí = pastorie
_pasùit = naar het zuiden
_pata-pata = stomdronken
_pata = poot. pat'i kabra - koevoet, breekijzer
_pataká = in: ni un pataká - geen zier, geen bliksem, geen snars, geen donder. E no a komprondé ni un pataká! - Hij/zij heeft er geen snars van begrepen.
_patarata = in: na su patarata grandesa - de koning te rijk.
_paternal = ouderlijk; vaderlijk; vader-. amor paternal - vaderliefde
_paternalismo = paternalisme; ndeerbuigendheid
_paternalista = paternalist(isch); neerbuigend
_paternalístiko = paternalistisch; neerbuigend
_paternidat = vaderschap
_patétiko = pathetisch; zielig
_patía = watermeloen. kai manera patía berde. - vallen als een baksteen.
_patin = 1. schaats. 2. [vulg.] lul.
_patras = achter; van achter(en)
_patria = vaderland. amor patria - vaderlandsliefdde
_patriarka = patriarch, aartsvader
_patrimonio = erfdeel [fig.]
_patriota = patriot
_patriótiko = patriotistisch
_patriotismo = patriotisme
_patrishi = patrijs
_patronahe = patronage
_patronchi = patroon, sjabloon.
_patronisá = sponsoren
_patronisadó _patronisador = sponsor
_patrono = patroon(heilige)
_patroya = patrouille, surveillance
_patruyá = patrouilleren, surveilleren
_payaso = clown
_Pe = Piet. mo Pe - oom Piet. Shon Pe - Piet
_peaton [S.!] = voetganger
_pèchè-pèchè = tjokvol, propvol, bomvol
_pechi = [gevolgd door naam] meter, peettante. pechi María - tante María (peettante van de spreker/ster)
_pèchi = pet
_pecho = borst. karga un hende na pecho - iemand een kwaad hart toedragen.
_pedagogía = pedagogie(k)
_pedagógiko = pedagogisch
_pedido = bestelling, order
_Pedro = Petrus, Piet, Peter. San Pedro - Sint Petrus
_pega-pega = muurhagedis
_pega = 1. plakken, kleven, vastkleven; [schip] aan de grond lopen

]. pega barko - [letterl.] aan de grond lopen; [fig.] 'n bok schieten; keda pega= blijven steken. 2. hakkelen; (zich) verslikken. 3. aansteken (v. licht, vuur e.d.); pega un hende - iemand aansteken (met ziekte); aandoen (v. radio). pega na kandela - in brand steken
_peilu = peilen
_peiña = [znw] kam. [ww] kammen
_peishi = puistje. primi peishi - puistjes uitdrukken.
_peka = zondigen
_pekadó _pekador = zondaar
_pekelé = zure haring
_pèki = pakking
_peks = [letterl.] op de vingers tikken [niet fig.]
_pekuliar = eigen
_pekuliaridat = eigenheid; karaktertrek
_pela = scheren (v. schapen). Bai pa lana, bini pelá. - van 'n koude kermis thuiskomen
_peladó = schapenscherder; barbier
_pelea = gevecht, strijd, vechtpartij
_peleá = vechten
_peligroso = gevaarlijk
_peliguer {stomme e} = gevaar. na peliguer - in gevaar
_pelikan = pelikaan
_pelíkula = film. pasa un pelíkula - 'n film draaien.
_pelon = kaal. koko pelon - kaalkop
_peluka =pruik
_pelukería = kapperszaak
_pelukero = kapper
_pélvis = [anat.] bekken
_pèn = pen. E ta pèn ku enk. - Hij/zij brieft alles over.
_pena = pijn, smart, leed. pena di morto - doodstraf. ku honda pena [S.] - met diep leedwezen
_penadó _penador = hij die pijn heeft. penadó no ta pena largo. - klagers hebben geen nood.
_penal = strafrechtelijk, straf-. derecho penal - strafrecht. kaso penal - strafzaak. kódigo penal - wetboek van strafrecht
_pènchi = pin; wasknijper, waspin
_pendeu = 1. [letterlijk] vrouwelijk schaamhaar. 2 [fig.] klootzak. Bo ta pendeu! - Je bent 'n klootzak!
_pendiente = [letterl.] hellend; hangend. [fig.] hangende; in afwachting; nader te bepalen.
_península = schiereiland
_penitensia = penitentie; boete; boetvaardigheid
_penitente = boetvaardig
_penoso = pijnlijk, smartelijk
_pensa = denken; nadenken; overdenken. (riba - over)
_pensadó _pensador = denker
_pensamento = gedachte
_penshon = pensioen; pension
_penshoná = pensioneren
_penshonado = gepensioeneerde, pensioentrekker
_penshun = pensieon. bai ku penshun - met pensioen gaan
_péntagon = vijfhoek
_pentagonal = vijfhoekig
_péntatlon = vijfkamp
_pentekoste = pinksteren
_penúltimo = voorlaatst(e)
_peon = 1. ongeschoolde arbeider. 2. pion
_pepe = peettante, meter.
_pepru = peper
_pera = peer
_pèrdè = verliezen; verdwalen; missen [v. bus e.d.]. pèrdè tempo - tijd verspillen. pèrdè kaminda - de weg kwijtraken. pèrdè ariba; pèrdè San Juan= zich verslapen. pèrdè kontrol - de macht over het stuur verliezen. Nos a pèrdè. - We zijn verdwaald. Nan no a pèrdè pa gana. - Ze lieten er geen gras over groeien. B'a pèrdè! - Je hebt wat gemist!
_perdedó _perdedor = verliezer
_perdemento = verlies. perdemento di tempo - tijdverspilling
_perdí [A.] = verloren; verdwaald
_pérdida = verlies; strop
_perdishon = ondergang; verderf. Esei ta su perdishon. - Daar gaat hij aan ten gronde. Hiba un hende na su perdishon - iemand in het verderf storten.
_peregriná = 'n bedevaart houden, op bedevaart gaan, 'n pelgrimage houden, 'n pelgrimstocht maken
_peregrinashon = bedevaart, pelgrimage, pelgrimstocht
_peregrino = pelgrim, bedevaartganger
_peresé = vergaan, ten onder gaan.
_perfekshon = perfectie, volmaaktheid
_perfekshoná = vervolmaken
_perfekshonista = perfectionist(isch)
_perfekto = volmaakt, perfect
_perforá = perforeren
_perforadó _perforador = perforator
_perforashon = perforatie
_perhudiká = benadelen
_perhudikante = nadelig
_perhudikashon = benadeling
_perhuria = meineed
_períkulo = perikel
_periódikamente = van tijd tot tijd.
_periódiko = van tijd tot tijd.
_periodismo = journalistiek
_periodista = journalist
_período = periode
_périto = expert, deskundige
_perkurá = zorgen (pa - voor); tot stand brengen
_perla = paarl, parel
_permanensia = verblijf. permit di permanensia - verblijfsvergunning
_permanente = permanent
_permanesé = (langdurig) verblijven
_permiso = permissie, toestemming; vergunning
_permit = vergunning; toelating; toestemming
_permití = [ww] toestaan, toestemmen, veroorloven, permitteren; toelaten. [bnw] toelaatbaar; veroorloofd
_pero = maar
_perpetuá = vereeuwigen
_perpetuo = eeuwigdurend.
_perpleho = perplex, paf, sprakeloos; verbijsterd
_persebí = waarnemen
_perseguí = achtervolgen; vervolgen [ook jur.]
_perseguidó _perseguidor = achtervolger; vervolger
_persekushon = achtervolging; vervolging [ook jur.]
_persekutor = achtervolger; vervolger
_persela = perceel, kavel
_persepshon = perceptie, waarneming; perceptievermogen, waarnemingsvermogen
_perseptibel {stomme e} = waarneembaar; bemerkbaar
_perseptibilidat = waarneembaarheid
_perseverá = volharden
_perseveransia = volharding; uithoudingsvermogen
_persistensia = volharding, koppigheid
_persistente = volhardend, volhoudend, aanhoudend, koppig
_persistí = doorzetten, volharden, volhouden, blijven doorgaan. Esun ku ta persistí ta logra. - de aanhouder wint.
_persona = persoon. persona non grata - id.
_personahe = personage
_personal = [znw] personeel. [bnw] persoonlijk
_personalidat = persoonlijkheid
_personifiká = personifiëren
_personifikashon = personificatie
_perspektiba = perspectief; vooruitzicht
_persuadí = overtuigen, overreden
_persuashon = overreding
_pertá = (zie: pretá)
_pertenensia = [znw] toebehoren; eigendom; bezit.
_pertenesé = toebehoren (na - aan)
_pertinente = pertinent
_Perú = Peru
_peruano = [znw] peruaan. [bnw] peruaans
_pervershon _perversidat = perversiteit; liederlijkheid; verdorvenheid
_perverso = pervers, liederlijk; verdorven
_pesadía = nachtmerrie
_pesar in: a pesar di = ondanks; in weerwil van
_pesimismo = pessimisme; zwaarhoofdigheid.
_pesimista = [znw] pessimist [bnw] pessimistisch; zwaarhoofdig.
_peska = visserij. kría i peska - veeteelt en visserij.
_peso = gewicht; zwaarte. baha peso - aan de slanke lijn doen; afvallen
_pestá = verpest
_pestaña = wimper
_pèster {stomme e} = pest. mala pèster - rotzak
_petipuá = doperwten. salachi di petipuá= peultjes.
_petishon = petitie, verzoek; aanvraag
_petróleo = olie
_peyeu = scalpering. B'a skapa un peyeu. - Je bent de dans ontsprongen.
_pía = 1. been. 2. voet. pal'i pía - been [ter onderscheiding van "voet"]; scheenbeen, ku8it. pí' abou - blootsvoets. pí'i kuki - platvoeten [fam.]. no tin ni pía ni kabes. - als 'n tang op een varken slaan. un relato sin pía ni kabes - 'n verward verhaal. kría pía - gejat, gestolen worden. pone pí' abou. - het been stijf houden. kana den un hende su pía - iemand voor de voeten lopen. para riba su mes pía - op eigen benen staan.
_PICHA = JATTEN, PIKKEN, STELEN.
_pichiri = pinnig; zuinig; GIERIG
_pichon = duivenjong
_pida = stuk; brok. E ta un pida! - hij is een lastige vent! zij is een lastig stuk mens! na pida pida - in stukken
_pidi = verzoeken; vragen (om te krijgen); bidden; bestellen. pidi pa - vragen naar/om. Pidi .... - Vraag het maar aan ... pidi pa nos! - Bid voor ons!
_pidimento = [znw] het vragen; verzoek; het bidden
_piedat = [znw] erbarmen. Tene piedat di nos! - Ontferm U over ons!
_piedra = [znw] steen, kei. tira piedra, skonde man. - vals zijn; achterbaks handelen. [ww] stenigen
_piel [S.] = huid
_piesa = onderdeel; [muz.] stuk, [gebouw] vertrek. piesa nobo - aanbouw
_pieu = luis. hasi un pieu bira un baka - van 'n mug 'n olifant maken. piki pieu= muggeziften
_pifia [S.] = [znw] blunder. [ww] 'n blunder begaan.
_pigmentá = gepigmenteerd
_pigmento = pigment
_pik = [znw] 1. pik [van een snavel]. 2. snavel. 3. pikhouweel. 4 [ww] pikken (met snavel)
_pika = [ww] steken (v. insect of naald). [bnw] pikant; venijnig; zwaar (v. taak)
_piká = [znw] 1. zonde. 2. steek (v. insect). [bnw] zielig; sneu. Ai ta piká! - Ach, wat zielig! Ach, wat jammer!
_pika-pika = [biol.] kwal
_pikete = flair
_piki = oprapen; sprokkelen; piki pieu - muggeziften
_pikote = knuppel
_pilar = pilaar; zuil; pijler; steunpilaar [ook fig.] e ta pilar di misa - Hij/zij loopt de kerk plat.
_píldora = pil
_pilili = piemel
_pilon = stamper
_piloná = aanstampen, aanstampen
_piloto = piloot; loods;
_piñata = met klein speelgoed gevulde papieren/kartonnen ballon, opgehangen op kinderfeesten.De kinderen slaan hem kapot om de cadeautjes te krijgen.
_pinchi = pint (6 dl)
_pinda = pinda; olienoot(je)
_pins = tang
_pinta = tekenen; (kunst)schilderen. pinta mapa - 'n bouwtekening maken. Kos no ta pinta muchu bon p'e. - Het ziet er niet best voor hem uit. E no por want'é ni pintá. - Hij /zij kan hem/haar niet luchten of zien.
_pinto = in: E ta pinto su tata. - Hij lijkt sprekend z'n vader.
_pintor = kunstschilder; tekenaar
_pintoresko = schilderachtig
_pintura = schilderij; schilderkunst; schilderstuk; het schilderen (van kunst); portret
_pio = erger, ergst; slechter, slechtst
_pionero = pionier, voortrekker
_pip _pipip = piepen
_pipa = pijp, buis. bula pipa - de dans ontspringen
_pipita = korrel; pit; teelbal
_pirata = piraat, zeerover
_piratería = piraterij, zeeroverij
_pisa = 1: stappen. 2: wegen
_pisá = zwaar
_pishi = [znw] urine, plasje, pis. Pishi di yewa ta danki di mundu. - Ondank is 's werelds loon. pish'i buriko - zwam, paddestoel. pish'i pòrko - vissoort. pish'i waltaka - 'n pietsje regen. we'i pishi - pispot, po. [ww] plassen, urineren, pissen. pishi kama - bedplassen.
_pisina = zwembad
_piská = vis. Piská ta muri pa su boka. - Boontje komt om z'n loontje. Pone pushi kuida piská - de kat op 't spek binden.
_piska = vissen [ook fig.]
_piskadó _piskador = visser
_piskamento = [znw] het vissen
_piso = verdieping, etage
_pispis = bladluis
_pistola = pistool
_pita = [znw] agave, sisalplant [ww]toeteren, claxonneren.
_pitipuá = doperwten
_pito = claxonstoot, getoeter; piep, gepiep
_pitra [B.] = toeteren, claxonneren
_piyama = pijama
_plachi = plaat. plachi di number - kentekenplaat
_plafon = plafond
_plafoná = plafonneren
_plaga = plaag
_plaka = geld. plaka largá - kleingeld. plaka gai - twee en een half centstuk. dos plaka - stuiver; kuater plaka - dubbeltje; dies plaka - kwartje. plaka di papel - bankbiljet. splikashon na plaka chikí [C.]/chikito [A.] - volledige tekst en uitleg
_plakia = verzachten, minderen, tot bedaren brengen.
_plama = verbreiden; spreiden; verspreiden; zich uitbreiden; neersmijten, laten vallen, omnkieperen. plama fò'i otro - verspreiden; uit elkaar jagen, drijven, spatten. plama na wèrki - in gruzelmenten vallen.
_plamamento = [znw] het verspreiden; het neersmijten, laten vallen; omkieperen.
_plan = plan. plan barí - platzak
_planchi [A.] = koekepan. kai fò'i planchi den kandela. - van de wal in de sloot raken. (C.: panchi)
_planeta = planeet
_planetario = [znw] planetarium. [bnw] planetair. órbita planetario - planeetbaan.
_planetoída = planetoïde , asteroïde
_plania = plannen. famía planiá - familie planning
_planiamento = [znw] het plannen maken
_plano = [znw] vlak; vlakte
_planta = [znw] 1. fabriek; installatie; centrale. 2. zool. plant'i pía - voetzool. [ww] planten; poten.
_plantashon = plantage; aanplant
_plas = id.
_plasa = plein
_plasentero = gezellig; prettig; welgevallig
_plaser = genoegen; plezier; welgevallen.
_plaso = termijn
_plástiko = plastisch
_plat = id.
_plata = zilver
_plataforma = platform
_platero = zilversmid
_plato = schotel (= maaltijd)
_playa [S.] = strand
_Playa = de stad. bai Playa - naar de stad gaan. na Playa - in de stad
_playero = [znw] stedeling. [bnw] stads.
_ple = doen alsof; spelen [fig.], fingeren, uithangen [fig.]. ple sabí - de knappe bol uithangen. ple Rotshil - de rijke stinker uithangen. Ple, e ta ple! - Hij doet alsof hij heel belangrijk is.
_plebisito = plebiscit; volksstemming
_plècha = pletten, platdrukken, platslaan, platstampen
_plèchè-plèchè = door plassen stampen; kliederen (in water)
_plega = vervloeken; onderwerpen (aan boze machten); betoveren
_plegá = vervloekt; onderworpen (aan boze machten); bedonderd, betoverd, behekst. Plegá bo ta? - Ben je belazerd?
_pleita = ruzieën, ruzie maken
_pleitamento = geruzie
_pleitista = ruziemaker, querulant
_pleito = ruzie
_plenchi = plein.
_plender {stomme e} = plunderen
_plenipotensiario = gevolmachtigd
_pleno = vol [fig.]. den pleno konfiansa - in vol vertrouwen
_ploi = [znw] plooi. [ww] plooien
_plòk = [znw] stopcontact; stekker. [ww] een stekker in een stopcontact steken. verstoppen; verstopt raken.
_plousibel {stomme e} = plausibel, aannemelijk
_pluf = omwoelen
_plùis = voor de gek houden; bedonderen. Bo sa plùis! - Je kunt me de boel goed bedonderen! Lag'i ta plùis! - Doe niet zo gek!
_pluma = [znw] veer, pluim. Bo no por ranka pluma fò'i mòrkòi. - Van 'n kale kip kun je geen veren plukken. [ww] veren uitplukken (v. kippen)
_plural = meervoud
_pluralidat = pluraliteit; veelvormigheid
_pluralisá = meervoud maken.
_pluralisashon = meervoudsvorming
_pluralismo = pluraloisme
_pluriforme = pluriform
_plutokrasia = plutocratie
_pober {stomme e} = [znw] arme; stakker, arme donder. [bnw] arm; armoedig; schamel.
_pobla = bevolken
_poblá = bevolkt
_poblashon = populatie, bevolking
_pobresa = armoede
_pòchi = pot
_poder = macht; sterkte
_poderá [di] = zich toeëigenen
_poderoso = machtig
_podio = podium
_podisé = misschien, wellicht
_poesía = poësie; gedicht
_poeta = dichter
_pòko-pòko = zachtjes, xacht (praten e.d.); zoetjes; zoetjes aan.
_pòko = beetje; weinig
_polako = [znw] Pool. [bnw] pools
_polarisá = polariseren
_polarisashon = polarisatie
_polèchi = kippetje [ook fig.]
_polémika = polemiek, strijd
_polémiko = polemisch
_poliklínika = polikliniek
_poliklíniko = poliklinisch
_polis = 1. politie; politieagent, politieman. Ward'i polis - politiebureau. 2. verkeersdrempel
_pólisa = polis
_polisial = politie-
_politik _polítika = politiek
_politikería = volksverlakkerij
_polítiko = [znw] politicus; [bnw] politiek
_polo = pool. polo di nort - Noordpool. polo di sùit - Zuidpool
_pòls = pols. e ta pòls kibrá[fig.] - hij is van de verkeerde kant.
_polushon = vervuiling (v. milieu)
_polvo = kruit
_pomada = brillantine; haarvet
_pomp = [znw] pomp; spuit; pomp di gasolin - benzinestation. [ww] pompen; spuiten; kolven.
_pompa [vulg.] = klooien; rotzooien; belazeren. Lag'i ta pompa! - [vulg.] Maak dat je grootje wijs! Bai pompa baka na fierno!Sodemieter op! Lazer op!
_pompadó _pompador[vulg.] = klier , iemand die rotzooit
_pompamento [vulg.] = geklooi, gerotzooi
_pònchi = pont, veerboot
_pone = zetten, plaatsen, leggen; stellen. pone fin na... - 'n einde maken aan ...
_ponemento = plaatsing; stelling; het stellen, plaatssen, zetten.
_ponensia = stelling
_pontifikal = pontifikaal
_pontífise = pontifice
_pòpchi = pop. pòpch'i wowo - pupil
_pòpiyòt = het geluid van een trupial.
_popular = populair; volks
_popularidat = populariteit
_por = kunnen; mogen; (zonder ta). N' ta por mi n' por! - 't is niet dat ik 't niet kan! por of no por... - of je 't kunt of niet... Esun ku por, por. - Wie 't breed heeft, laat 't breed hangen. No por ta!Dat kan niet! N' ta por t'é! - Ik zie 'm er best voor aan!
_pordon = vergiffenis. pidi pordon - vergiffenis vragen
_pordoná = vergeven; vergiffenis schenken
_pordonabel {stomme e} = vergeeflijk
_poriá = afgemat, gaar [fig.]
_poria = afmatten, gaar worden [fig.] (door hitte of zon)
_pòrkería = smeerboel; rotzooi; beestenboel
_pòrko-ber = beer (= mannelijk varken); viezerik, smeerpoes
_pòrko = varken. Pòrko sushi ta frega su kurpa na muraya limpi. - De pot verwijt de ketel dat hij zwart is. pòrk'i spina - stekelvarken
_poron = (aardewerk) kruik; waterkruik.
_pòrsentahe = percentage
_pòrta = deur; hek port'i kurá - tuinhek
_portero = doelman
_pòrtrèt = foto. saka portrèt - foto's maken. laba portrèt - foto's ontwikkelen
_pòrtrètá = portretteren, afbeelden
_pòrtugues = portugees.
_porvenir [S.] = toekomst.
_pos = put. chika pos/chupa pos - de put leegpompen. Esun ku yega pos promé, ta bebe awa limpi. - Wie 't eerst komt, die 't eerst maalt.
_poseé = bezitten
_poseshon = bezit
_posibel {stomme e} = [bnw] mogelijk
_posibelmente = [bw] mogelijk; mogelijkerwijs
_posibilidat = mogelijkheid
_posishon = positie; stand; [mil.] stelling
_posishoná = positioneren; posteren
_positibismo = positievisme
_positibista = [znw] positivist; [bnw] positivistisch
_positibo = positief
_pòst = [znw] post. [ww] posten. pòst un karta[fig.] - 'n grote boodschap doen.
_pòstema = abces
_pòsterior = later, volgend op
_posteriormente = nadien, achteraf
_pòstponé = uitstellen
_pòstponemento = uitstel
_postre [S.] = nagerecht
_pòstulá = postuleren, stellen; kandidaatstellen.
_pòstulashon = stelling; kandidaatstelling.
_pòstura = postuur; houding
_potenshal = [bnw] potentiëel
_potenshalidat = potentialiteit;e
_potenshalmente = [bw] potentiëel
_potensia = potentie, kunde; kracht; weerbaarheid.
_potente = sterk; krachtig; flink; machtig; weerbaar; kundig; potent
_poti = beker
_pòtlot = potlood
_pòtmòni [C.] = portemonnee; (A. kartera)
_potoshi = rommel, rotzooi, troep
_pousa = [znw] pauze. [ww] pauzeren
_pouwis = pauw
_PPA = Partido Patriótico Arubano = voormalige Arubaanse politieke partij
_praktiká = in praktijk brengen; oefenen, praktizeren
_práktika = praktijk; pèrdè práktika - verleren
_praktikamente = [bw] praktisch; zo goed als.
_práktiko = praktisch
_preba = met de mond vol tanden staan; sprakeloos zijn. de mond houden; zwijgen
_prebalesé _prevalesé = prevaleren; overheersen, de overhand hebben over
_predesesor = voorganger, voorloper
_predestiná = voorbeschikken
_predestinashon = predestinatie, voorbeschikking
_prediká = preken, prediken
_predikado = predikaat; [gram.] gezegde
_predikadó _predikador = preker; predikant; prediker
_predikashi = preek
_predikshon = voorspelling
_predominansia = predominantie, overheersing
_predominante = predominant, overheersend
_predominantemente = overwegend
_prefabriká = [ww] prefabriceren. [bnw] prefab, geprefabriceerd
_preferá = verkiezen; de voorkeur geven aan; liever hebben, liever doen.
_preferensia = voorrang, voorkeur
_preferensial = voorrangs-. kaminda preferensial - voorrangsweg
_preferibel {stomme e} = bij voorkeur; liever
_prefihá = [ww] voorvoegen. [bnw] voorgevoegd
_prefiho = voorvoegsel
_pregnante = zinrijk; betekenisvol.
_pregunta = vraag (om 'n antwoord). hasi pregunta - vragen stellen
_prehistoria = voorgeschiedenis, prehistorie
_prehistóriko = prehistorisch, voorwereldlijk
_preis = prijs
_prek = preken
_prekario = precair; benard; zorgelijk.
_prèkè = veiligheids speld
_prekoushon = voorzorg. komo prekoushon - uit voorzorg. medidanan di prekoushon - voorzorgsmaatregelen
_prekstul = preekstoel; katheder
_prelado = prelaat
_preliminario = voorlopig
_prematuro = prematuur; voortijdig; voorbarig
_premeditá = voorbedacht. asesinato premeditá - moord met voorbedachten rade
_premia = premiëren, een prijs stellen op
_premio = prijs; premie
_premirá = [ww+bnw] voorzien; van te voren zien/gezien
_prenchi = prentje; bidprentje
_prenda = sierraad
_prens = prins
_prensa = pers
_prensesa = prinses
_preokupá = [ww] ongerust zijn, bezorgd zijn, zich zorgen maken; verontrusten. [bnw] bezorgd, ongerust
_preokupante = zorgelijk; zorgwekkend; verontrustend
_preokupashon = bezorgdheid, ongerustheid; verontrusting; zorg
_prepará = [ww] klaar maken; voorbereiden, toebereiden. [bnw/bw] klaar; paraat.
_preparashon = voorbereiding, toebereidselen
_preparatorio = voorbereidend
_preposishon = voorzetsel
_prerogatibo = prerogatief
_près = persen
_presbiterio = [rkk] priesterkoor
_presedé = voorafgaan
_presedente = precedent; voorafgaand
_presensia = aanwezigheid, tegenwoordigheid
_presensiá = aanwezig zijn, bijwonen
_presentá = 1. (zich) presenteren, (zich) vervoegen, (zich) begeven naar; (zich) vertonen; opkomen, verschijnen. 2. opvoeren; uitvoeren; weergeven.
_presentabel {stomme e} = presentabel; toonbaar
_presentabilidat = toonbaarheid; presenteerbaarheid
_presentashon = presentatie; opvoering, uitvoering; vertoning; opkomst
_presente = aanwezig; present; tegenwoordig
_presentimento = voorgevoel
_preserbá _preservá = preserveren; verduurzamen; behouden; voorbehouden
_preserbashon _preservashon = preservering; verduurzaming; het behouden
_preshon = pressie; druk. preshon di sanguer - hoge bloeddruk
_presidensia = voorzitterschap
_presidente = president, voorzitter
_presidí = presideren, voorzitten
_presidio = presidium
_presiosidat = iets schitterends; iets dierbaars; iets edels; iets kostbaars
_presioso = dierbaar; edel; schitterend; kostbaar
_presisamente = [bw] juist; net; precies
_preskribí = voorschrijven
_preskripshon = voorschrift; recept
_presta = 1. verlenen; presteren. 2. lenen
_préstamo = lening
_prestashon = prestatie; het verlenen
_prestigio = prestige
_prestigioso = prestigieus; precieus
_presuponé = vooronderstellen
_presuposishon = vooronderstelling
_presupuestá = begroten
_presupuestario = begrotings-; op de begroting betrekking hebbend.
_presupuesto = begroting, budget
_prèt = leuk; grappig. un kos prèt - iets leuks. E kos prèt ta, ... - het leuke is, ...
_pretá = benard, beklemd; strak (v. kleding e.d.)
_preteksto = voorwendsel; uitvlucht, dekmantel
_pretendé = pretenderen; voorgeven, voorwenden
_pretendiente = pretendent
_pretenshon = pretentie
_pretu = zwart. pretu-pretu - pikzwart
_prevení = voorkómen; verhinderen; verijdelen. Prevení ta bal mas ku kura. - Voorkómen is beter dan genezen.
_prevenibel {stomme e} = te voorkomen; te verhinderen; te verijdelen.
_prevenshon = preventie; voorkoming; verhindering; wering.
_preventibo = preventief
_previamente = vooraf, voorafgaand; eerst
_previo = vooraf; voorafgaand; van tevoren. sin previo aviso - zonder voorafgaande kennisgeving.
_prewisio = vooroordeel. sin prewisio - onbevooroordeeld
_prezo = gevangene
_Prikibos = Parkietenbos (Aruba)
_prikichi = maisparkiet; dwergpappegaai
_prima = nicht (dochter van oom of tante), (zie: primo)
_primavera (S.) = lente
_primi = drukken [op], uitdrukken, in elkaar drukken.
_primintí = beloven; toezeggen
_primintimento = [znw] het beloven; belofte
_primisia = primeur
_primitibo = primitief
_primo = neef; nicht [kind van oom/tante]. Primo ku primo ta primi. - Neef en nicht, vrijt licht.
_priñá [vulg.] = zwanger
_priña [vulg.] = zwanger maken
_prinsipal = [bnw] voornaamste, hoofd-. [znw] penis
_prinsipio = principe; begin; beginsel. di prinsipio - principiëel
_prioridat = prioriteit; voorrang
_priva = (zich) ontzeggen; ontberen
_privá = 1. privé, particulier. 2. in: ta privá di - ontberen
_privasidat = privacy
_privilegiá = [ww] privilegiëren, privileges verschaffen. [bnw] gepriviligiëerd
_privilegio = privilege; vorrecht
_prizon = gevangenis
_prizonero = gevangene
_proba = [znw] bewijs; [ww] bewijzen, uitwijzen
_probabel {stomme e} = waarschijnlijk; vermoedelijk
_probabelmente = [bw] waarschijnlijk
_probabilidat = waarschijnlijkheid
_probechá = profiteren; voordeel behalen/trekken
_probechadó _probechador = profiteur; uitzuiger
_probecho = profijt; voordeel. Bon probecho! - Dat het U bekome! (na de maaltijd)
_probechoso = profijtelijk; voordelig
_problema = probleem, vraagstuk
_problemátiko = [znw] problematiek. [bnw] problematisch
_produkshon = productie
_produktibidat = productiviteit
_produktibo = productief; winstgevend.
_produkto = produkt
_produktor = producent
_produsí = produceren; voortbrengen
_profano = profaan
_profesá = belijden
_profeshon = professie; beroep; vak
_profeshonal = [bnw] professioneel; vakbekwaam
_profeshonalmente = [bw] professioneel; vakbekwaam
_profeshonalismo = professionalisme; vakbekwaamheid
_profeta = profeet
_profetisá = profeteren
_profugo = [znw] voortvluchtige. [bnw] voortvluchtig.
_profundamente = [bw] diep, diepgaand
_profundisá = (zich) verdiepen
_profundisashon = verdieping; het zich verdiepen in
_profundo = [bnw] diep, diepgaand
_programa = programma
_programá = programmeren
_programashon = programmering
_progresá = vooruit gaan, vorderen
_progresibidat = progressiviteit, vooruitstrevendheid
_progresibo = progressief, vooruitstrevend
_progreso = vooruitgang, voortgang, vordering
_prohibí = verbieden
_prohibishon = verbod. saka un prohibishon - een verbod uitvaardigen
_próhimo = naaste, evennaaste. Ku e bara ku bo ta midi bo próhimo, Dios lo midí bo. - Met de maat waarmee ge meet, zult ge gemeten worden.
_proklamá = proclammeren, afkondigen; verkondigen
_proklamashon = proclamatie, afkondiging; verkondiging
_prokreá = (zich) voortplanten
_prokreashon = voortplanting
_próksimo = eerstvolgend
_prokuradó _proikurador = procureur
_proletariado = proletariaat
_proletario = [znw] proletariër. [bnw] proletarisch
_proliferá = prolifereren, verspreiden
_proliferashon = proliferatie, verspreiding
_prólogo = proloog; voorwoord
_prolongá = prolongeren, verlengen
_prolongashon = prolongatie, verlenging
_promé = 1. eerst(e). 2. vooraf; promé ku - vóór [v. tijd]; promé ku mañan - vóór morgenb.
_promèntè = peper
_promenton = paprika. nanish'i promenton - mopneus
_promesa = belofte, gelofte; toezegging
_prometedó _prometedor = veelbelovend
_prominente = prominent, toonaangevend; vooraanstaand
_promiskuidat = promiscuïteit
_promiskuo = promiscu
_promoshon = promotie; bevordering
_promové = bevorderen, promoveren
_pronk = showen. kana pronk - flaneren
_pronkia = pronken
_pronkstùk = pronkstuk, sierstuk
_pronomber {stomme e} = voornaamwoord. pronomber demonstratibo - aanwijzend voornaamwoord. pronomber indefinido - onbepaald voornaamwoord. pronomber interogatibo - vragend voornaamwoord. pronomber personal - persoonlijk voornaamwoord. pronomber relatibo - betrekkelijk voornaamwoord.
_pronostiká = voorspellen
_pronóstiko = prognose; voorspelling. pronóstiko di tempo - weerbericht
_pronto _prontu = overhaast; te snel; prompt; coulant; voortvarend; binnenkort. por lo pronto[S.] - voorlopig; voorshands
_pronunsiá = uitspreken
_pronunsiashon = uitspraak
_pròp = prop
_propagá = propageren, bevorderen, uitdragen; voortplanten
_propagandá = propageren
_propaganda = reklame; propaganda
_propagashon = bevordering; voortplanting
_propiedat = eigendom
_propietario = eigenaar
_propina = fooi, tip
_propiná = toebrengen
_propio = eigen; zelf.
_proponé = voorstellen, aandragen; stellen; zich voornemen
_proporshon = proportie, verhouding. Fuera di tur proporshon - buiten alle proporties.
_proporshonal = proportioneel, evenredig; verhoudings-. representashon proporshonal - evenredige vertegenwoordiging.
_proporshonalmente = naar verhouding
_propos = stikdonker
_proposishon = stelling; voorstel; aanbod; aanzoek
_propósito = voornemen
_propulsá = voortbewegen; aandrijven; stuwen, voortstuwen
_propulshon = voortstuwing; stuwkracht; voortbeweging. fòrsa di propulshon - stuwkracht
_prosedente (di) = afkomstig (uit)
_prosedimento = handelwijze, procedure
_prosedura = procedure
_prosesá = verwerken
_prosesamento = verwerking
_proseshon = processie; omgang; optocht; stoet
_proseso = proces (niet juridisch! zie kaso)
_prosperá = voorspoed hebben; floreren
_prosperidat = voorspoed; welstand.
_próspero = voorspoedig
_prostituá = prostitueren
_prostitushon = prostitutie
_prostituta = prostituée
_protegí = door sommigen gebruikt ter vervanging van protehá/i> <>
_protehá = beschermen
_protekshon = protectie, bescherming
_protektor = beschermer
_protesta = protest
_protestá = protesteren; (tegen)sputteren
_protestante = protestant
_proveé = voorzien (ku - in/van); leveren
_proverbial = spreekwoordelijk
_proverbio = spreekwoord
_providensia = voorzienigheid
_provishon = provisie; voorraad; voorziening. provishonnan sosial - sociale voorzieningen
_provoká = provoceren; uitlokken
_provokashon = provocatie; uitlokking
_proyekshon = projectie
_proyektá = projecteren
_proyektil = projectiel
_proyekto = project
_prudensia = voorzichtigheid
_prudente = prudent; voorzichtig
_prueba = proef(neming). prueba di sanguer - bloedproef
_pruga = vlo. kòi pruga - vlooien. merkado di pruga - vlooienmarkt
_prùim = pruim
_publiká = publiceren; uitgeven
_publikamente = [bw] publiekelijk, openlijk
_publikashon = publikatie
_públiko = [znw] publiek. [bnw] publiek, openlijk, openbaar
_publisidat = publiciteit
_pudin {ng} = pudding
_pueblo = 1. volk. 2. dorp. den bok' i pueblo - in de volksmond. Juan Pueblo - Jan met de Pet; Jan Boezeroen
_puente [S.] = brug
_pues [S.!] = dus
_puesta = in de uitdrukking: bam puesta! - zullen we 'ns wedden!
_puesto = positie, post, ambt; standplaats
_pui = punt; top, piek
_puiru = [znw] poeder; [ww] poederen, poeieren
_pul [E.] = trekken
_pulèchi = kippetje [ook fig.]
_pulewé = ploeteren; (zich) uitsloven
_pulmon = long
_pulmonía = longontsteking
_pulushi = oer-vervelend
_puña = toespeling; steek onder water; hatelijkheid. tira puña - steken onder water geven
_puñal = dolk
_punchero = (kleine) wasbak
_punta = punt; stip.
_puntá = spits
_punto = punt (waarderings-). puntodi bista - standpunt. punto di salida - aanknopingspunt; uitgangspunt. en punto - precies (v. tijd)
_puntra = vragen (om een antwoord) (pa - naar/om); puntra ... - Vraag het maar aan ... No puntrá mi! - Weet ik veel!
_puntual = punctueel, stipt, prompt
_puntualidat = punctualiteit, stiptheid
_pupu = [znw] poep. [ww] poepen
_purá = [znw] haast; den purá - haastig, vluchtig. Ki purá bo tin? - Waarom heb je zo'n haast? [bnw+bw] haastig; vluchtig.
_pura = zich haasten, haast maken, voortmaken. Pura! - Schiet op!
_purba = proberen; proeven.
_Puresa = reinheid, zuiverheid
_purga = vlo. merkado di purga - vlooienmarkt. (zie ook: pruga).
_purgashi = darmspoeling
_purgante = purgeermiddel; laxeermiddel
_purgatorio = vagevuur
_purifiká = zuiveren, reinigen
_purifikashon = zuivering, reiniging
_puro = zuiver, rein
_pursi = in: di pursi
- trouwens; inderdaad
_pursiguí = achtervolgen; vervolgen
_puru = puur; zuiver; rein
_purun = (drink)kruik
_purunchi = sproet. yen di purunchi - sproetig
_püs [C.] = paars; (A.: biña)
_pus = etter
_pusha = duwen, stoten; doordrijven, doordrukken; aanwakkeren, aanduwen. pusha palo bou kandela - olie op het vuur gooien.
_pushamento = geduw, gestoot
_pushi = 1. poes, kat; pone pushi kuida piská - de kat op het spek binden. Pushi chikito sa nister duru. - Kleine potjes hebben grote oren. 2. kut.
_puspas [C.] = soort pap
_pusta = 1. wedden om, verwedden. Mi ta pustá bo dies florin, ... - Ik wed met je om tien gulden, ... 2. een verboden autorace houden op de openbare weg.
_puta = hoer
_putia = hoereren. yiu putiá[vulg.] - buitenechtelijk kind
_putrí = rot, verrot. putrí di plaka - stinkend rijk
_putri = rotten, verrotten.
_puya = [znw] scheet, wind. [ww] scheten, winden laten
_puyito = kuiken

_queda [S.] = in: toque de queda - avondklok, spertijd.

_rabia = [znw] verbolgenheid; boosheid, woede. baha su rabia riba un hende - zijn woede op iemand koelen. [ww] boos worden
_rabiá = boos; kwaad; verbolgen.
_rabo = staart. rabo doblá[fig.] - met de staart tussen de benen. Su rabo a krel. - Hij/zij is op z'n/haar teentjes getrapt. maísh'i rabo - tarwe. wes'i rabo - staartbeen; stuitje.
_radiashon = straling
_radikal = radikaal
_radikalismo = radikalisme
_radio = radio. skucha radio - naar de radio luisteren.
_radioaktibo = radioacdtief
_radioaktividat = radioactiviteit
_radiografía = radiografie
_radiográfiko = radiografisch
_radiología = radiologie
_radiólogo = radioloog
_raf = raaf
_ráfaga = windstoot
_rafañá = [ww] rafelen; [bnw] gerafeld
_rahá = verstokt; door en door; overtuigd. un protestant rahá - 'n rasechte protestant.
_raís (C.) = wortel; [gram.] stam
_rama = [palm-, familie- e.d.] tak. Diadomingo di rama - Palmzondag
_ramifiká = zich vertakken
_ramifikashon = vertakking
_ramo = branche; gebied, terrein [fig.]
_rancho = 1. (kampeer)hut; 2. manège.
_rango = rang
_ranka = [znw] rank. [ww] rukken, trekken, uittrekken. ranka djente - tanden trekken
_ranká = ruk; 'n zware dobber. 'n lange werkdag. el a haña un bon ranká. - hij/zij/het heeft lang en zwaar tgewerkt. (ook van apparaten, machines e.d.)
_rans = ranzig
_rant = rand
_rapidamente = [bw] snel; vlug
_rapides = snelheid
_rápido = snel; vlug.
_rapòrt = rapport
_rapòrtá = rapporteren
_rar = [znw] raar gevoel. [bnw] raar.
_raramente = zelden.
_raro = zeldzaam
_rasa = ras. mala rasa - gevaarlijke mensen
_rasenchi = rozijn
_rashonabel {stomme e} = redelijk
_rashonabilidat = redelijkheid
_rashonal = rationeel, redelijk
_rashonalismo = rationalisme
_rashonalista = [znw] rationalist; [bnw] rationalistisch
_rashonalmente = redelijkerwijs
_rasismo = racisme
_rasista = [znw] racist . [bnw] racistisch
_raská = kras; schram; haal; schaafwond.
_raska = krassen; schrammen; krabben
_rason = reden; gelijk. tin rason - gelijk hebben
_rasoná = redeneren, beredeneren
_rasonabel {stomme e} = redelijk, aannemelijk
_rasonabilidat = redelijkheid, aannemelijkheid
_rasonamento = redenatie, beredenering, het redeneren
_raspa = [znw] rasp; schaaf. [ww] raspen; schuren; schrapen; schaven
_raspá = geraspt. kla i raspá - klip en klaar.
_raspou = schaafijs
_ratifiká = ratificeren
_ratifikashon = ratificatie
_rato = ogenblik. Warda un rato! - Wacht even! rato-rato - af en toe
_raton = muis. raton di anochi - vleermuis. saka raton - nafeesten
_ratu = (zie: rato)
_ravotiá = ravotten
_raya = 1. doorstrepen, uitstrepen. 2. royeren. keda rayá - geroyeerd worden.
_rayamento = 1. doorstreping, uitstreping. 2. royement
_rayo = straal; streep
_razo _razu = razend, woedend
_reakshon = reactie
_reakshoná = reageren
_reaktibá = reactiveren
_reaktibashon = reactivering
_real = 1: werkelijk. 2: vorstelijk; koninklijk. Su Altesa Real - Zijne/Hare Koninklijke Hoogheid
_realidat = werkelijkheid. den realidat= eigenlijk; feitelijk. en realidat[S.] - eigenlijk.
_realisá = 1. beseffen, realiseren; zich rekenschap geven; 2. verwezenlijken
_realisabel {stomme e} = verwezenlijkbaar
_realisashon = 1. besef, realisering; 2. verwezenlijking; vervulling
_realismo = realisme, werkelijkheidszin
_realista = [znw] realist; [bnw] realistisch
_realístiko = realistisch
_realse = luister, nadruk
_reanimá = reanimeren
_reanimashon = reanimatie
_reanudá = hervatten
_reanudashon = hervatting
_reapertura = heropening
_rearmá = herbwapenen
_rearmamento = herbewapening
_rebahá = verlagen [ook fig.]; rebahá su mmes - zich verlagen
_rebaho = verlaging
_rebalidá _Revalidá = revalideren
_rebalidashon _revalidaishon = revalidarie
_rebchi = rib
_rebelá _revelá = onthullen; openbaren
_rebelashon _revelashon = onthulling; openbaring
_rebèlde = [znw] rebel, oproerkraaier, opstandeling. [bnw] oproerig; rebels.
_rebeldiá = in opstand komen
_rebeldía = oproer, opstand
_rebibá = herleven; opleven
_rebisá _revisá = reviseren; bijwerken
_rebishon _revishon = revisie
_rebista _revista = tijdschrift
_reboká _revoká = herroepen
_rebokabel _revokabel {stomme e} = herroepbaar
_rebokamento _revokamento = herroeping
_rebolushon _revolushon = revolutie; omwenteling; omloop (van hemellichamen).
_rebolushonario _revolushonario = [znw+bnw] revolutionair
_rechá = belazerd [plat]
_rechasá = verwerpen, afwijzen
_rechasabel {stomme e} = verwerpelijk
_rechaso = verwerping, afwijzing
_record [E.] = record
_reda = [znw] net, visnet. [ww] verklappen. B'a redá bo! - Je hebt jezelf verraden! Ik heb je door!
_redakshon = redactie
_redaktá = redigeren
_redaktor = redacteur
_redashi = roddel
_redenshon = verlossing (door Christus)
_redentor = verlosser; Zaligmaker.
_redo _redu = roddel. Nan ta bas di redo. - het zijn eerste klas roddelaars.
_redoblá = verdubbelen
_redoblamento = verdubbeling
_redoblashon = verdubbeling
_redukshon = reductie, verlaging, vermindering, verkleining
_redusí = reduceren, verlagen, verminderen, verkleinen
_reeduká = heropvoeden
_reedukashon = heropvoeding
_reemplasá = vervangen; wisselen, verwisselen; waarnemen
_reemplasabel {stomme e} = vervangbaar
_reemplasabilidat = vervangbaarheid
_reemplasante = waarnemer, (plaats)vervanger
_reemplaso = vervanging, waarneming
_reenkarná = reïncarneren
_reenkarnashon = reïncarnatie, zielsverhuizing
_ref = rif
_referendo = referendum, volksraadpleging.
_referensia = verwijzing, referentie
_referí = verwijzen (na - naar)
_refiná = raffineren, verfijnen
_refinería = raffinaderij
_reflehá = weerspiegelen, weerkaatsen.
_refleho = reflex, weerkaatsing, weerspiegeling, weerschijn.
_reflekshon = 1. afspiegeling, weerspiegeling, weerschijn, weerkaatsing,terugkaatsing. 2. bezinning
_reflekshoná = zich bezinnen
_refleksibo = reflexief, wederkerend
_reflektá = 1. afspiegelen, weerspiegelen, weerkaatsen, terugkaatsen. (zich) bezinnen
_reforestá = herbebossen
_reforestamento = herbebossing
_Reformá = hervormen
_Reformashon = hervorming; reformatie
_reformatorio = reformatorisch
_reforsá = sterken, versterken
_refrakshon = (licht)breking
_refreská = (zich) verfrissen, opfrissen; verversen
_refreskería = frisdrankzaak
_refresko = frisdrank; verfrissing
_refrigerá = koelen
_refrigeradó _refrigerador = koeler; koelkast
_refrigerashon = koeling
_refugiá = schuilen, vluchten
_refugiado = vluchteling
_refugio = vluchtoord, toevluchtsoord, schuilplaats
_refutá = weerleggen, weerspreken, aanvechten
_refutabel {stomme e} = aanvechtbaar, weerlegbaar
_refutabilidat = aanvechtbaarheid, weerlegbaarheid
_refutashon = weerlegging
_regalá = schenken, cadeau doen
_regalo = geschenk, cadeau
_régimen = regime
_region = gebied, streek
_regional = regionaal; streek-
_registrá = [ww] registreren; aantekenen [v. post]. [bnw] geregistreerd; aangetekend [v. post]
_registrashon = registratie
_registro = register. registro elektoral - kiesregister. registro sivil - burgerlijke stand
_regla = [znw] 1. regel. 2. menstruatie. [ww] regelen
_reglamentá = reglementeren
_reglamentario = reglementair
_reglamentashon = reglementering
_reglamento = reglement
_regresá = terugkeren, terugkomen; achteruitgaan
_regreso = terugkeer , terugkomst
_règt = rechtop
_regulá = reguleren
_reguladó = regulateur; regelaar
_regular = regelmatig
_regularidat = regelmaat
_regularisá = regulariseren
_regularisashon = regularisatie
_regularmente = [bw] regelmatig
_regulashon = regeling, regulering
_rehabilitá = rehabiliteren, revalideren
_rehabilitashon = rehabilitatie, revalidatie
_rei = [znw] 1: rij. 2: koning. [ww] raden
_reimu = ruim; rekbaar [fig.]. un nifikashon reimu - een rekbaar begrip
_reina = [znw] koningin. [ww] heersen
_reino = rijk, koninkrijk
_reis = [znw] wortel. [ww] rijzen
_rèk = gaan liggen; strekken; rekken, spannen. rèk un rato - 'n tukje doen
_rek = rekenen
_rekaída = terugval; terugslag
_rekalkulá = herberekenen
_rekalkulashon = herberekening
_rekalsitrante = recalcitrant; weerspannig; opstandig
_rekapasitá = herscholen, heropleiden
_rekapasitashon = herscholing, heropleiding
_rekapitulá = recapituleren; opnieuw doornemen, op een rijtje zetten.
_rekapitulashon = recapitulering; het opnieuw doornemen
_rekerí = vergen; vereisen; benodigd zijn; nodig hebben
_rèki = [znw] rek
_rekisito = vereiste, benodigdheid. rekisitonan - rekwisieten
_rekobrá = terug krijgen; herstellen; herwinnen; inlopen. rekobrá fòrsa - aansterken
_rekogé = ophalen, inzamelen, verzamelen
_rekogemento = inzameling, verzameling; het inzamelen, verzamelen
_rekomendá = aanbevelen, aanprijzen
_rekomendabel {stomme e} = aanbevelenswaard(ig), aan te bevelen
_rekomendashon = aanbeveling, aanprijzing
_rekompensá = belonen; vergoeden
_rekompensa = beloning; vergoeding
_rekonkistá = heroveren
_rekonkista = herovering
_rekonosé = erkennen; herkennen; terug kennen; onderkennen.
_rekonosemento = erkenning; herkenning
_rekonsiderá = heroverwegen; herzien, terugkomen op [beslissing, mening, e.d.]; (zich) herbezinnen
_rekonsiderashon = heroverweging
_rekonsiliá = verzoenen, zich verzoenen
_rekonsiliashon = verzoening
_rekonstruí = reconstrueren; verbouwen; ombouwen
_rekonstrukshon = reconstructie; verbouwing
_rekordá = (zich) herinneren
_rekordatorio = herinnering; aanmaning
_rekòrte = knipsel; krantenknipsel
_rekoudá = werven, inzamelen
_rekoudashon = werving, inzameling. rekoudashon di fondo - fondsenwerving
_rekreá = recreëren
_rekreashon = recreatie, ontspanning; herschepping
_rekrutá = recruteren, werven, aanwerven
_rekrutamento = recrutering; werving; aanwerving
_rekruto = recruut
_rektangular = rechthoekig
_rektángulo = rechthoek
_rektifiká = rechtzetten, rectificeren
_rektifikashon = rechtzetting, rectificatie
_rekto = rechtschapen
_rekuerdo = herinnering, aandenken, nagedachtenis; souvenir
_rekuperá = herstellen, zich herstellen; op z'n verhaal komen, er weer bovenop komen
_rekuperabel {stomme e} = herstelbaar; verhaalbaar
_rekuperabilidat = herstelbaarheid; verhaalbaarheid
_rekuperashon = herstel. forsa di rekuperashon - veerkracht
_rekurí = zijn toevlucht nemen (na - tot)
_rekurso = bron, hulpbron, redmiddel
_rel = [znw] rilling, griezeling, kriebels. haña rel - de kribels krijgen. duna un hende rel - iemand de kriebels geven. [ww] rillen, griezelen.
_relahá = (zich) ontspannen; versoepelen; verslappen.
_relahashon = ontspanning
_relashon = betrekking, relatie; verband. tin relashon ku - 'n (seksuele) relatie hebben met
_relashoná = [ww] betrekken (ku - op); in verband brengen (ku - met); [bnw] betrekking hebbend (

- op); met betrekking (ku - tot); in verband (ku - met)
_relashonista = in: relashonista públiko - public relations functionaris
_relatá = verhalen, vertellen, verslaan.
_relatibá = relativeren
_relatibidat = relativiteit
_relatibismo = relativisme
_relatibo = relatief, betrekkelijk
_relato = verslag; relaas. relato anual - jaarverslag
_relieve [S.] = reliëf
_religion = godsdienst, religie
_religioso = [znw] geestelijke; religieuse. [bnw] godsdienstig, religieus
_relikia = relikwie
_rema = roeien
_remadó _remador = roeier
_remarká = opmerken
_remarka = opmerking; aanmerking. bini na remarka pa - in aanmerking komen voor
_remarkabel {stomme e} = opmerkelijk
_remarkabilidat = opmerkelijkheid
_remata = in: di remata - holderdebolder. loko di remata - knettergek. sokete di remata - oerstom.
_remedi = medicijn(en), geneesmiddel. bebe remedi - medicijnen innemen. remedi di tera - huismiddeltjes
_remediá = herstellen; verhelpen; opknappen
_remedia = remedie
_remediabel {stomme e} = herstelbaar; te verhelpen
_rementá = barsten; ontploffen; uit elkaar springen; mi kabes ta rementá. - Ik verga van de hoofdpijn.
_remetido = ingezonden stuk
_remodelá = hervormmen; omvormen; vervormen
_remodelashon = hervorming; vervorming
_remordimento = wroeging
_renbak = regenbak
_renbó _renbog = regenboog
_renchi = ring. rench'i dede - ring (aan de vinger). rench'i horea - oorbel(len). rench'i kasamento, rench'i matrimonio - trouwring. rench'i kompromiso - verlovingsring
_rendabel {stomme e} = rendabel
_rendabilidat = rendabeliteit
_rende = renderen, opleveren
_rendimento = rendement
_renegá = afvallen [v. geloof]
_renegado = afvallige
_renkor = rancune, wrok; wrevel.
_renkoroso = rancuneus.
_renobá = renoveren, hernieuwen; [paspoort e.d.] verlengen
_renobashon = renovatie, hernieuwing; [paspoort e.d.] verlenging
_renomber {stomme e} = reputatie, faam, bekendheid
_renombrá = bekend (van naam en faam)
_rèns = kribbig, pinnig, gepikeerd, stuurs
_renunsiá = verwerpen, afstand doen, verzaken, zich terugtrekken, opgeven, afzweren, verloochenen
_renunsiamento = verwerping, verzaking, terugtrekking
_reorganisá = reorganiseren
_reorganisashon = reorganisatie
_repará = repareren
_reparashon = reparatie
_repartí = herverdelen, herindelen
_repartishon = herverdeling, herindeling
_repasá = herzien, opnieuw bezien; repasseren, repeteren, herlezen, (opnieuw) doornemen, doorlezen.
_repatriá = repatriëren
_repatriashon = repatriëring
_repentino = plots, plotseling
_reperkushon = repercussie
_repertorio = repertoire
_reportahe = reportage
_reportero = verslaggever
_reposá = rusten, opgebaard worden (v. overledene)
_represaya = represaille; tuma represaya kontra un hende - iemand iets vergelden
_representá = representeren; vertegenwoordigen; weergeven.
_representabel {stomme e} = representabel; toonbaar
_representabilidat = representabiliteit; toonbaarheid
_representante = vertegenwoordiger; afgevaardigde. representante di pueblo - volksvertegenwoordiger.
_representashon = vertegenwoordiging; afvaardiging. representashon di pueblo - volksvertegenwoordiging
_representatibo = representatief
_represhon = repressie, onderdrukking
_represibo = repressief, onderdrukkend
_reprimanda = reprimande
_reprimí = onderdrukken
_reprochá = verwijten
_reprochabel {stomme e} = verwijtbaar
_reproche = verwijt
_reprodukshon = reproductie
_reprodusí = reproduseren; weergeven.
_repúblika = republiek
_republikano = republikein(s)
_repudiá = verwerpen, verstoten, afwijzen, niet (meer) erkennen
_repudiabel {stomme e} = verwerpelijk
_repudiabilidat = verwerpelijkheid
_repugnansia = weerzin.
_repugnante = weerzinwekkend, afzichtelijk, schandelijk, stuitend
_reputashon = reputatie
_Res = reuzel
_resa = bidden
_resadó _resador = bidder
_resake [C.] = deining. (A.: lebamento)
_resaltá = eruit springen [fig.]; uitblinken
_resamento = [znw] bidden, gebedsdienst
_resensente = recensent
_resensia = recensie
_resensiá = recenseren
_resepshon = receptie
_resepshonista = receptionist(e)
_reserbá _reservá = [ww] 1. reserveren, boeken, plaatsbespreken. 2. achterhouden; aanhouden; voorbehouden; bewaren. [bnw] gereserveerd; terughoudend
_reserba _reserva = reserve; voorbehoud
_reserbashon _reservashon = reservering, boeking, plaatsbespreking
_reseshon = recessie, achteruitgang
_reseta = recept
_rèsh = uitslag [op huid].
_reshèrsh = recherche; rechercheur
_resibo = bon, reçu, kwitantie
_residensia = residentie, woning
_residensiá = resideren, verblijven; verblijf houden.
_residente = ingezetene
_residí = zetelen.
_residibista _residivista = recidivist
_resiente = recent
_resigná = berusten
_resignashon = berusting
_resiklá = recycleren
_resiklabel {stomme e} = recycleerbaar
_resiklabilidat = recycleerbaarheid
_resiklahe = recycling
_resíproko = wederkerig
_resiprosidat = wederkerigheid
_resistensia = verzet, weerstand, tegenstand
_resistente = resistent; houdbaar; weerbarstig; weerstand biedend
_resistí = weerstaan; weerstand bieden; zich verzetten; tegenspartelen; tegenstribbelen.
_resitá = reciteren, opzeggen, voordragen
_resitashon = voordracht, declamatie.
_reskatá = redden (van ondergang)
_reskate = redding (van ondergang)
_resolushon = resolutie, oplossing; vastberadenheid
_resoluto = resoluut, vastberaden
_resolvé = oplossen
_resoná = klinken; weerklinken; resonneren; schallen; weergalmen; weerkaatsen.
_resonansia = resonantie; weerkaatsing.
_resonante = resonant; schallend; weerkaatsend
_respaldá = steunen, ruggesteunen
_respaldo = ruggesteun
_respektibamente _respektivamente = respectievelijk
_respektibo _respektivo = respectief
_respetá = respekteren, achten
_respetabel {stomme e} = respektabel, achtbaar, achtenswaard(ig)
_respetabilidat = respectabiliteit; achtbaarheid, achtenswaardigheid
_respirá = adem halen
_respirashon = ademhaling. respirashon artifisial - kunstmatige ademhaling
_respiratorio = ademhalings-
_resplandesé = schitteren
_respondé = verantwoorden; beantwoorden [ook fig.]
_respondi = boodschap [= mededeling om door te geven]
_respons = absoute
_responsabel {stomme e} = verantwoord; verantwoordelijk; aanspraqkelijk; toerekenbaar. tene responsabel - verantwoordelijk stellen.
_responsabilidat = verantwoordelijkheid; aansprakelijkheid; toerekenbaarheid
_responsabilisá = verantwoordelijk houden/stellen
_responsorial = beantwoordend; beantwoording. salmo responsorial - psalm met antwoord refrein
_respu = [znw] boer; oprisping. [ww] boeren; oprispen.
_resta = resteren, aftrekken
_restituí = restitueren; teruggeven
_restitushon = restitutie; teruggave
_resto = rest. restonan mortal - stoffelijke resten
_restorá = restaureren
_restorant = restaurant
_restorashon = restauratie
_restrikshon = beperking, restrictie
_restringí = beperken; weerhouden.
_restrukturá = herstructureren
_restrukturashon = herstructurering
_resultá = resulteren; voortvloeien (di - uit)
_resultado = resultaat; voortvloeisel
_resúmen = résumé, overzicht; samenvatting; uittreksel. resúmen di siman - weekoverzicht. resúmen anual - jaaroverzicht.
_resumí = resumeren; samenvatten
_resurekshon = opstanding; verrijzenis
_resusitá = herrijzen, verrijzen, wederopstaan
_reta = uitdagen
_retardá = achtergebleven; achterlijk
_retardo = achterlijkheid
_retené = achterhouden; weerhouden; tegenhouden.
_retirá = [ww] (zich) terugtrekken; opzeggen; ontslag nemen. [bnw] teruggetrokken; afgelegen.
_retiro = 1. opzegging, ontslag; 2. terugtrekking; 3. retraite
_reto _retu = uitdaging
_retórika = retoriek, redenaarskunst
_retóriko = retorisch
_retrasá = [ww] vertragen. [bnw] vertraagd
_retraso = vertraging
_retroaktibo = terugwerkend; met terugwerkende kracht; fòrsa retroaktibo - terugwerkende kracht
_reuní = vergaderen; verzamelen; vergaren
_reunion = bijeenkomst; vergadering; samenscholing
_Revalidá _Rebalidá = revalideren
_revalidashon _rebalidashon = revalidatie
_Revancha = revanche
_revelá _rebelá = onthullen; (zich) openbaren
_revelashon _rebelashon = onthulling; openbaring
_reverendo = eerwaarde; zeereerwaarde.
_revisá _rebisá = reviseren; bijwerken
_revishon _rebishon = revisie
_revista _rebista = tijdschrift
_revoká _reboká = herroepen
_revokabel _rebokabel {stomme e} = herroepbaar
_revokamento _rebokamento = herroeping
_revolushon _rebolushon = revolutie; omwenteling; omloop (van hemellichamen).
_revolushonario _rebolushonario = [znw+bnw] revolutionair
_ria [vero.] = DRE STUIVERS; 15 cent. dò' ria dos plaka - ZEVEN STUIVERS; 35 cent.
_riba = op. riba dje - erop. riba kayaop straat. korda riba - denken aan. pensa riba - denken over/aan.
_richi = roei, roede, gordijnroei
_ridikules = onzin; iets belachelijks
_ridikulisá = ridiculiseren, belachelijk maken; bespotten
_ridíkulo = belachelijk; bespottelijk
_riesgo = risiko. kòre riesgo - risico lopen
_rifa = [znw] verloting [ww] verloten. saka un kos na rifa - iets verloten
_rigides = starheid; stugheid
_rígido = star; streng; stug
_rijbewijs = ID.
_rikesa = rijkdom
_riko = rijk
_ril = haspel; klos
_rim = velg
_rima = rijmen
_rimamento = rijmelarij
_rindi = toezwaaien, bewijzen. rindi honor/homenahe na - eer bewijzen aan. rindi tributo na - de laatste eer bewijzen aan.
_ring = klinken (v. bel,). Telefon ta ring - de telefoon gaat. Bèl no a ring. - De bel is niet gegaan.
_riñon = nier
_riol [A.] = riool (C.: kloaka)
_ripará = merken; bemerken; opmerken; opvallen. Mi no a ripirá - 't is me niet opgevallen.
_riparabel {stomme e} = bemerkbaar; opmerkelijk; opvallend
_ripiente = in: di ripiente - plotseling
_ripití = herhalen, repeteren
_ripitishon = herhaling, repetitie
_risibí = 1: ontvangen. 2: te communie gaan [rkk]
_risibimento = 1: ontvangst. 2: communie [rkk]
_risiko = risico. kòre risiko - risico lopen
_RISIPIENTE = VAT, EMMER, BEKER, (= AL WAT VLOEISTOFFEN E.D. KAN OPVANGEN, OF INHOUDEN )
_riska = riskeren; aandurven; wagen
_rítmiko = ritmisch
_ritmo = ritme
_rito = ritus
_ritual = ritueel
_rival = rivaal
_rivalidat = rivaliteit
_roba = stelen, roven, beroven
_robamento = beroving
_robes = 1. links. 2. verkeerd. pa robes - binnenste buiten
_robesou = linkshandig
_robo = roof, beroving
_robusto = robuust
_roga = smeken
_rogamento = [znw] het smeken
_roi = regenloop
_ròl = [znw] rol. [ww] flirten
_rolstul = rolstoel
_rondeá = 1: omringen. 2: opzoeken; opsnorren, bijeengaren
_rondó = rond
_rondoná = omringen ; omgeven; omsluiten.
_rònk = schor
_ronka = snurken
_ronko = hees
_ront (di) = rond, rondom, om.
_rosa = [znw] roos. [ww] van planten ontdoen; kaal maken (van land); bouwrijp maken
_rosario = rozenkrans
_rosea = adem. hala rosea - adem halen
_rostro [S.!] = aangezicht
_rotohòng = warmteuitslag
_rotonde = id.
_rotshil = rijke stinker. ple rotshil - de rijke stinker uithangen
_rotundamente = [bw] volkomen; met kracht. absoluut
_rotundo = [bnw volledig, volslagen; daverend. un éksito rotundo - 'n daverend succes
_rous = katten; 'n kat geven; uitschelden.
_Ruba = Aruba (na: na)
_rubí [S.] = robijn
_rubriká = rubriceren
_rúbrika = rubriek
_ruchi = roe, roede
_rudía = knie. hinka rudía - knielen. na rudía - op de knieën
_rueda [S.!] = wiel, rad; ronde. rueda di prensa - persconferentie
_ruido = geluid; lawaai
_ruín = bronstig; tochtig; ritsig; hitsig (ook v. vrouwen maar zeer vulg.)
_ruina = ruïne, puinhoop; verwoesting
_ruiná = ruïneren; verwoesten
_ruman-homber = broer
_ruman-muhé = zus
_ruman {ng} = broer; zus; broers en zusters
_rumbo = richting, route
_rùn = [bedrijf e.d.] voeren; drijven. rùn un negoshi - 'n zaak drijven.
_Rusia = Rusland
_rusiano = [znw] Rus; russisch. [bnw] russisch
_rústiko= rustiek, landelijk
_ruta = route kambio di ruta - wegomlegging
_rutina = routine, sleur

_sa = weten. (zonder: > ta) ([V.T.:] tábata sa). plegen te; kunnen. haña sa - aan de weet komen. Mi sa antó? - Weet ik veel! Mi (n') sa. - Ik weet 't (niet). No ku mi sa. - Niet dat ik weet. Pa bo sa! - 't is maar dat je 't weet! sa papia un idioma - een taal spreken. Mi tá sa! - Zie je wel! Bo mes sa. - Je weet wel. Nan sá hasi beheit! - Z kunnen me toch 'n herrie maken!
_sabana = savanne
_sabelotodo [S.] = betweter; weetal
_sabí = knap; schrander; geleerd. ple sabí - de knappe bol uithangen
_sabi = weten. (- sa)
_sabiduría =wijsheid
_sabio = wijze; 'n wijs mens
_sabotá = saboteren
_sabotahe = sabotage
_sag = [znw] zaag. [ww] zagen
_sagrado = heilig, sacraal
_sak = omlaag gaan/komen; hurken
_saká = braaksel
_saka = trekken (ook van wapen); behalen, halen (v. punten e.d.); (iets er-gens) uithalen/trekken; uitstoten; maken (v. fotós); uitgeven (v. publikatie e.d.); braken, overgeven. saka kara - zijn gezicht laten zien; zzijn gezicht redden.. saka kurpa - zich ergens uit redden. saka portrèt - fotós maken
_sake = in: sake di bala - inworp [sp.] sake di banda - zij-inworp
_sako = zak. sak'i sushi - vuilniszak
_sakramento = sacrament
_sakrana = sekreet [plat]
_sakrifiká = offeren, opofferen
_sakrifisio = offer; opoffering. hasi sakrifisio - offers brengen [ook fig.]
_sakristía = sacristie
_saksenu (C.) = zachtaardig, zachtmoedig, zachtzinnig.
_saku = zak
_sakudí = [ww] schudden; opschudden. [znw] het door elkaar rammelen. Dun'é un bon sakudí! - Rammel hem maar 'ns flink door elkaar!
_sala = [znw] zaal; zitkamer. [ww] zouten; pekielen.
_salachi = in:

salachi di petipuá -peultjes.
_salada = salade
_salariá = salariëren
_salario = salaris
_salba = redden, verlossen
_salbabida = reddingboot, sloep
_Salbador = Verlosser; Zaligmaker
_salbashon = redding, verlossing
_saldo = saldo, tegoed
_sali = 1. uitgaan; weggaan; vertrekken; starten; uitrijden; uitrukken; uit-varen; afreizen; uittreden. 2. ontstaan, ontspringen, ontspruiten, uitkomen [ook van publicatie]. sali afó ku... - naar buiten treden met... sali keiru - uitgaan, uitstapjes maken, op stap gaan. sali na kla - uitkomen, bekend worden. El a sali karo. - 't Is duur uitgevallen.
_salida = uitgang; vertrek; uittocht; start; uitweg [ook fig.]. punto di salida - uitgangspunt
_saliña = zout water plas
_salmo = psalm
_salta = springen, verspringen, overslaan
_salto = sprong
_salú = [znw] gezondheid. [bnw] gezond
_salu = [znw+bnw] zout. Sòpi purá ta sali salu. -haastige spoed is zelden goed.
_saludá = groeten
_saludabel {stomme e} = gezond, heilzaam
_sam = spaarsysteem, waarbij bij iedere termijn één van de deelnemers de hele inleg krijgt.
_sambechi = zakmes
_sambuyá = duiken
_sambuyadó _sambuyador = duiker
_sambuyamento = [znw] het duiken; duiksport
_saminá = onderzoeken
_saminashon = onderzoek
_San-Juan = (feest van) Sint Jan de Doper. pèrdè San Juan= zich verslapen
_san = heilige, sint [voor namen]
_sana = [fig.] gezond maken/worden; [door gebed] genezen
_sanamento = gezond making (fig.)
_sanashon = (gebeds)genezing. haña sanashon - genezen worden door gebed.
_sanatorio = sanatorium
_sandalia = sandaal
_Sandòm = iemand uit Santo Domingo.
_sangra = bloeden
_sangramento = bloeding
_sangriente = bloedig; bloederig
_sanguer {stomme e} = 1. bloed. 2.bloedworst. sanguer abou - bloedarmoede. sanguer blanko - leukemie. preshon di sanguer - bloeddruk. kòi sanguer - bloed aftappen. venenamento di sanguer - bloedvergiftiging. E por a chupa su sanguer. - Hij/zij kon zijn/haar bloed wel drinken.
_sangura = mug
_sania = saneren
_saniamento = sanering
_sanitario = sanitair
_sanka = kont, reet. ta sanka na man - aan de schijt zijn. mester kana pa bo sanka tembla.[C.] - je moet je de benen uit de kont lopen.
_sankshon = sanctie
_sankshoná = sanctioneren
_sano = gezond. sano y salvo[S.] - gezond en wel; veilig en wel
_santana = kerkhof, begraafplaats
_santanero = grasslang
_santifiká = heiligen
_Santísimo = Allerheiligste
_santo = [znw] 1: zand. 2: heilige. Tur Santo - Allerheiligen. [bnw] heilig.
_santuario = schrijn
_sapaté = schoenmaker
_sapatería = schoenenzaak
_sapatiá = stampvoeten; trappelen
_sapato = 1. schoen; schoenen; 'n paar schoenen. un bon sapato - 'n paar goeie schoenen. para den su sapato - stevig in z'n schoenen staan. bisti sapato - schoenen aantrekken. kita sapato - de schoenen uittrekken. 2. hoef (v. paard e.d.). sapato di kabai - hoefijzer
_sapo = [biol.] pad
_sara = nijdig worden
_sarampi = mazelen. sarampi aleman - rode hond
_sarkasmo = sarcasme
_sarkástiko = [znw] sarcast. [bnw] sarcastisch
_sarna = schurft
_sas = zaagsel
_saserdosio = priesterschap
_saserdotal = priesterlijk
_saserdote = priester
_sasiná = op de donder geven
_Satanas = satan. Habranus, Satanas! - Gaat heen van mij, Satan!
_satániko = satanisch
_satélite = sateliet
_satira = satire
_satíriko = satirisch
_satisfakshon = tevredenheid; voldoening
_satisfasé = bevredigen; tevreden stellen
_satisfecho = tevreden
_saturá = verzadigen
_saturashon = verzadiging
_saya-ku-yaki = twee halve deuren op elkaar.
_saya = rok. mitar saya - onderrok. saya-karson - rokbroek. saya ku yaki - twee halve deuren op elkaar. E no por mira saya (ni labá) na liñ'i paña. - hij is een echte rokkenjager.
_screen [E.] = hor
_sea [S.] = [vw] hetzij. sea...of - hetzij...hetzij; of.. of. [ww] wees, zij (gebiedende wijs van "ta")
_seda = 1: zij (stof). 2: ceder. pal'i seda - 1. ceder(boom). 2. cederhout
_sede = zetel. Santa Sede - de Heilige Stoel
_sedukshon = verleiding [zedelijk]
_sédula = persoonsbewijs
_sedusí = verleiden [zedelijk]
_sefta = [znw] zeef (voor vaste stoffen); hor. [ww] zeven (van vaste stoffen)
_segmentá = [bnw] gesegmenteerd
_segmento = segment
_segregashon = segregatie
_seguidamente = vervolgens
_segun = volgens
_segunda [S.!] = in:

Top Articles

You might also like

Latest Posts

Article information

Author: Neely Ledner

Last Updated: 01/25/2023

Views: 6514

Rating: 4.1 / 5 (42 voted)

Reviews: 89% of readers found this page helpful

Author information

Name: Neely Ledner

Birthday: 1998-06-09

Address: 443 Barrows Terrace, New Jodyberg, CO 57462-5329

Phone: +2433516856029

Job: Central Legal Facilitator

Hobby: Backpacking, Jogging, Magic, Driving, Macrame, Embroidery, Foraging

Introduction: My name is Neely Ledner, I am a bright, determined, beautiful, adventurous, adventurous, spotless, calm person who loves writing and wants to share my knowledge and understanding with you.